Meneer Glock, paspoort a.u.b.

Een week heb ik gewacht. Op het bewijs. Op een lege envelop met de geur van geld erin. Op een bankafschrift van een toch niet zo geheime Zwitserse rekening. Op een opgenomen telefoontje. Op een bekentenis. Op een flintertje, een splintertje, een klontertje dat het complot zou onthullen. Door Thijs Zonneveld.

Maar er kwam niets naar buiten. Niets.

Lewis Hamilton won het wereldkampioenschap Formule 1 in de laatste bocht van de laatste ronde van de laatste wedstrijd door Timo Glock te passeren. In de duurste sport ter wereld dus. In een sport waarin rijders moeten betalen om een stoeltje te bemachtigen.

In een sport waarin autofabrikanten dollars pompen alsof het water is. In een sport die wordt bestuurd door oude mannen die zo machtig zijn dat ze denken dat God de man is die ze iedere ochtend in de spiegel zien bij het tandenpoetsen. Ze regelen, ze ritselen, ze verdelen en ze heersen.

Ze organiseren Formule 1-races in de woestijn, ze laten licht zo fel als de zon schijnen in de nacht van Singapore, ze hanteren een budget waar geen kredietcrisis een gat uit kan happen. Onaantastbaar zijn ze. Ze kijken naar beneden vanuit hun ivoren torens en beslissen hoe het er beneden aan toe gaat.

Saai

De laatste jaren ging het niet altijd even goed met hun speeltje. De Formule 1 werd saai genoemd. Altijd dezelfde namen. Dezelfde wedstrijden. Dezelfde auto’s. De machtige mannen besloten de sport te veranderen. Met regels en wetten. Die moesten ervoor zorgen dat de F1 weer spannend werd.

Dat gewone mensen weer vol ongeloof aan hun beeldbuis zouden zitten gekluisterd - juichend, huilend en schreeuwend. Want hoe meer mensen aan de beeldbuis: hoe meer geld in het laatje.

Regels

Maar er kwamen zo veel regels en wetten dat geen gewoon mens meer begreep hoe, wat en waarom de banden moesten worden verwisseld (of juist niet), de motoren moesten worden omgeruild (of juist niet) en de vleugels van de bolides moesten verdwijnen (of juist niet). Er werd gegoocheld met kwalificatieregels, met traction control en met bandenfabrikanten.

Veel zin had het niet. Pas toen zich een nieuwe lichting coureurs aandiende, brak de zon door voor de mannen in de ivoren torens. Vooral Lewis Hamilton deed de kassa rinkelen. Jong, zwart, een papa die werkte bij de spoorwegen om de carrière van zijn zoon te bekostigen. Een beter icoon om de gewone man weer aan de beeldbuis te kluisteren was er niet.

Regie

Lewis als wereldkampioen: da’s een garantie voor een hoop $$$$$$. Eerst lukte het zogenaamd net niet. Eén puntje kwam hij tekort in zijn eerste jaar in de F1. Maar wonder boven wonder werd hij het jaar erop wel kampioen. Race na race werd hij tegengewerkt door zijn concurrenten, door baancommissarissen, door brute pech.

Maar hij haalde het toch. Vanuit geslagen positie. In de laatste bocht van de laatste ronde van de laatste race. Met miljoenen gewone mensen aan de buis gekluisterd - juichend, huilend, schreeuwend. Wat een spanning! Wat een prestatie! Wat een held!

Wat een regie. Wat een scenario. Wat een toneelstuk. Met sport had het niets te maken, maar het was schitterend. Ik geef toe: ik heb genoten.

Duitser

Bijna had ik het geloofd. Was ik erin getrapt. Ware het niet dat Timo Glock een Duitser is. Een echte Duitse Duitser. Eentje in de beste Duitse rauwdouwer-Ausdauer-nimmer-versagen-traditie. En een echte Duitser die in de laatste minuut van de wedstrijd ten onder gaat?

I rest my case.

Thijs Zonneveld is een vaste columnist van NUsport. Zijn bijdragen verschijnen daar elke dinsdag.

Tip de redactie