Hij oogde stram. Sloom. Uitgeblust. Oud. Hij leek op een man die hevig iets onvermijdelijks probeerde te ontkennen. Door Thijs Zonneveld.

Vijftiende werd Erben Wennemars vrijdag bij de opening van het schaatsseizoen op de vijfhonderd meter op het NK Afstanden. Vijftiende.

Verslagen door ventjes die zijn kleine broertje of zijn piepjonge neefje hadden kunnen zijn. Het vorige schaatsseizoen zat er al sleet op zijn explosiviteit, en bij zijn eerste optreden in de nieuwe winter leek het er op dat ook het laatste restje buskruit uit zijn dijen was verdwenen. Ik dacht: het is de leeftijd. En ik was niet de enige.

Een dag later liep ik hem tegen het lijf in Thialf. Het was zijn verjaardag. Drieëndertig werd hij. Ik vroeg hem of hij nu oud was. Ik had onmiddellijk spijt van mijn vraag.

Wonder

Hij werd tweede op de duizend meter. Met een gebalde vuist reed hij over de streep. De opluchting was van zijn gezicht af te scheppen. Voor de camera's verklaarde hij dat hij het verschil tussen de vijfhonderd en de duizend meter niet kon verklaren. Hij noemde het 'een wonder' dat hij zich had weten te plaatsen voor de World Cup-wedstrijden.

Ik weet niet of het een wonder was. Wel dat ik er erg blij van werd. Ik word altijd blij van Erben Wennemars. Van zijn manier van schaatsen (snel & hakkelend) en van zijn manier van praten (snel & hakkelend). En ik ben niet de enige. Zijn enthousiasme en zijn energie zijn besmettelijk.

Moordkuil

Wennemars maakt van zijn hart geen moordkuil. Hij gooit alles eruit. Als het slecht was ('Het was echt zwaar k-k-k-k-klote') en als het goed was ('D-d-d-d-donders mooi dit'). Hij is een unicum in de sportwereld.

Niet gehinderd door enige mediatraining. Niet gekweld door zijn geweten, niet geremd door bedachtzaamheid. Van hem geen standaard snurkverhaal, als dat van een standaard snurkvoetballer na een standaard snurkwedstrijd. Van hem geen gecalculeerd kletspraatje over selectieprocedures, piekmomenten of een schaats over de lijn.

Als hij aan het woord is, dan spreekt een ventje van dertien dat tot over zijn oren verliefd is op zijn sport. Geen professional. Schaatsen is emotie. Dat hij er zijn geld mee verdient: puur toeval.

Volgens zijn coach Gerard Kemkers moet Erben worden afgeremd. Slechte zaak. Erben moet helemaal niet worden afgeremd. Erben moet doen waar hij zin in heeft. Want ik wil Erben op tv. Zo vaak mogelijk.

Elfstedentocht

Als hij in de zomer in Calgary wedstrijden wil rijden terwijl zijn concurrenten gepland naar hun seizoenpiek werken: laat hem lekker. Als hij wil allrounden: mooi zo. Als hij de Elfstedentocht wil rijden: hoera!

Laat hem tien kilometers rijden met zijn tong op zijn ijzers, laat hem kunstschaatsen, shorttracken, ijsdansen met de sterren, curlen en bobsleeën. Laat hem van het beeld spatten, zijn tomeloze energie verbruiken aan de meest onzinnige dingen. Laat hem in godsnaam voor eeuwig dertien zijn.

'Ik? Oud?' Erben keek me aan met een zee van kinderlijke naïviteit in zijn ogen. 'Welnee.' Daarna rende hij van een trapje naar beneden, zwaaide naar iemand op de tribune en maakte een huppeltje over een tv-kabel.

Erben is niet oud. Nu niet. Nooit niet.

Thijs Zonneveld is een vaste columnist van NUsport. Zijn bijdragen verschijnen daar elke dinsdag.