Jan Janssen vindt het wielrennen een katholieke sport. En Yvonne van Gennip had bijna in het klooster gezeten. Voor veel topsporters speelt religie een grote rol. Door Jurryt van de Vooren / Sportgeschiedenis.nl.

Tot een jaar of tien geleden was van Heracles-voetballer Folkert Velten vooral bekend dat hij weigerde op zondag te voetballen. Zijn religie verbood dat, waardoor een glanzende loopbaan op het hoogste niveau onmogelijk werd.

Alleen Heracles uit de Eerste Divisie vond het goed dat Velten er op zondag nooit bij was, omdat het toch vooral op vrijdag en zaterdag speelde. In 377 wedstrijden scoorde de spits 221 keer en had dus alles om door te breken – zijn geloof uitgezonderd.

Zelf zei hij: "Op zondag voetballen is moeilijk te combineren met kerkgang. Een wedstrijd begint vaak om half drie, zodat je hele middag gevuld is met voorbereidingen en spelen. Ook is het moeilijk om in zo’n situatie de aandacht bij de kerkdienst te houden. Soms is het in verband met de aanvangstijd van de wedstrijd helemaal onmogelijk om naar de kerk te gaan."

Yvonne de non

Komende week verschijnt de derde editie van het boek Meer dan overwinnaars over veertien topsporters met een religieuze overtuiging. Schaatser Jacques de Koning komt hierin aan het woord, net als atlete Nelli Cooman, en de voetballers Kew Jaliens, Jeffrey Sarpong en Bert Konterman. Dit boek wordt uitgegeven door Sports Witnesses, dat zegt dat ze de Nederlandse sportwereld wil bereiken met het evangelie van Jezus Christus.

Bij dat lijstje mis ik toch Yvonne van Gennip, de koningin van de Olympische Winterspelen van 1988. Als er iemand bezig is geweest met het geloof is het zij het wel. Sterker: dank zij haar katholieke overtuiging hadden wij twintig jaar geleden bijna geen koningin van de Winterspelen gehad. Tegen de IKON biechtte ze op:

"Ik heb een periode rond mijn twintigste gehad dat ik me afvroeg hoe het zou zijn om non te zijn. Dan kun je je hélemaal aan God wijden. Net zoals ik dat deed met sport. Maar het was de vraag of ik tegen dat eenzame bestaan kon. Ik heb toen wel een boekje gekocht van kloosters. Wilde eens kijken hoe dat was. Maar ik heb het nooit doorgezet."

Zaterdag en zondag

Van Gennip schaatste veel op zondag, waar Velten op die dag dus nooit in actie wilde komen. Topsport op zondag en religie blijkt dus te combineren, als die persoon tenminste katholiek is. Bij deze mensen speelt de zondagsrust nu eenmaal niet zo’n rol als bij de zogenaamde gereformeerde gezindte, voor wie ademhalen op de Dag des Heren nog nét is toegestaan.

Ongetwijfeld zal Bert Konterman hier nog het een en ander over zeggen in Meer dan overwinnaars, want in zijn familie was er nogal wat tegenstand dat hij op zondag voetbalde. Maar het mocht, zei hij: "Vanuit Sportswitnesses zijn er geen bezwaren om op zondag met profsport bezig te zijn."

Hoe groot de spanning hier kan zijn tussen katholieken en gereformeerden bleek wel na de Tour-zege van Jan Janssen in 1968. Namens de C.H.U. – een politieke partij, die voorstander was van de zondagsrust – had secretaris H.A. Schuring een gelukstelegram gestuurd naar de (katholieke) wielrenner.

Omdat hij die zege had behaald op een zondag ontplofte de C.H.U. van woede. Een boos lid schreef bijvoorbeeld: "Is de zaak van Jezus Christus met de Tour de France gediend?"

De afdeling Katwijk aan Zee kwam zelfs in spoedzitting bijeen. In een motie aan het bestuur schreef ze: "Zij spreekt haar teleurstelling uit over de verzending van dit telegram door de C.H.U. en zij acht het, daar met genoemd sportgebeuren de zondag was gemoeid, principieel onjuist"

En dan te bedenken dat Jansen in een streng katholiek gezin was opgegroeid. De Tour-winnaar noemde zijn sport zelfs uitermate katholiek. De gereformeerde kritiek boeide hem daarom niet: "Ach, wat. Ik heb nooit moeite met de zondagssport gehad."

Het boek 'Meer dan overwinnaars' wordt woensdag gepresenteerd in het Olympisch Stadion.