Het hoge woord moet er uit: ik ben schuldig. Schuldig aan alles waarover u zich in deze campagne zo opwindt. Door Peter Wierenga

Ik beken. Ik beken dat ik al jaren nog net niet schuimbekkend betoog dat de vaderlandse politiek vele colleges retorica kan gebruiken, dat we een voorbeeld mogen nemen aan Engeland en Amerika, twee landen waar ze wel fatsoenlijk kunnen debatteren.

Inmiddels is de debatmoeheid als een zware wollen deken over de natie neergedaald. Ook van die andere op hol geslagen hobby mag u mij beschuldigen. Bij Dagblad de Pers deelden we in 2010 al lange neuzen uit in de fameuze rubriek Pinokkio.

CBS bellen

Maar nu we zover zijn dat een lijsttrekker zelfs geen getal onder de tien meer durft te noemen zonder het CBS te bellen, speelt mijn geweten op. Maken we niet allemaal fouten? Spijkers? Laag water? Dus laten we de rollen eens omdraaien. We leggen onszelf langs de lat.

Neem die column van twee weken geleden, waaraan ik de naam PvdA-blues meegaf. Een beetje Mariëtte Hamer afzeiken, omdat die voorspelde dat Samsom zich nog wel in de strijd om het premierschap zou mengen. 

Ha, makkelijk hoor! Weliswaar gaf ik mezelf een laffe uitweg ("het is niet over tot de dikke mevrouw zingt"), ik kon het niet geloven. De haat tegen de PvdA zat te diep, zo profeteerde ik. De haat omwille van falende bestuurders, allochtonenknuffelen en ga zo maar door.

Samsom

Samsom, prima kerel, maar die mocht een paar jaar blijven oefenen voor de spiegel. Welterusten Wierenga. Inmiddels staat zelfs een deel van de kiezers die in 2010 nog Wilders hun zegen gaven, open voor een stem op Samsom en constateert laatstgenoemde dat ze de haat achter zich hebben gelaten. Ga ik mooi op mijn bek. Het oordeel luidt: onwaar.

En toch – hier sta ik en ik kan niet anders – heb ik het gore lef om in een moeite door de vraag te beantwoorden waarom ik er zo naast zat. Het antwoord is (zonder enig stemadvies te impliceren) vanzelfsprekend Diederik zelf. En dan niet dat ie, zoals telkens wordt benadrukt, al veel langer dan de rest aan het campagnevoeren is – nee, het is iets anders. Het zit hem ook in het hoe.

Het heeft er alle schijn van dat Samsom bewust of onbewust een aantal mantra’s van Bessems & Nieuwboer, de nieuwe zelfhulpgoeroes van het Binnenhof  (ik krijg geen commissie), in praktijk brengt.

Volzinnen

Bijvoorbeeld door naast de ingestudeerde volzinnen af en toe "normaal" antwoord te geven. Het schoot door me heen toen hij de vileine vraag kreeg wat hij als premier zou beslissen: mag Máxima's vader aanwezig zijn bij de kroning? Ai. Carré viel doodstil.

Waar het standaardrecept voorschrijft dat je niet antwoordt op als-dan vragen, deed Samsom dat wel. En niet met een of ander slap smoesje, maar met de opmerking dat zijn gevoel op dit moment zegt dat dit zou moeten kunnen.

Een antwoord waarmee hij zich kwetsbaar maakte, temeer omdat het afwijkt van het officiële partijstandpunt. Maar de kiezer begrijpt best dat er iets is als voortschrijdend inzicht. Los van de inhoud – ik vond het knap. Dit is slechts een voorbeeld, Diederik deed vaker "normaal".

Mark Rutte

Het grote raadsel is waarom Mark Rutte, de man die twee jaar geleden uitblonk met een eigen verhaal, in spontane antwoorden, dit keer chocoladeletters angst schijt. Dat brengt me terug waar ik begon. Die debatten. Ik verlang niet zozeer naar stilte, als naar meer woorden van lijsttrekkers.

Veel meer woorden. Naar gepassioneerde speeches van minimaal een half uur. Naar fantastische betogen waarin ze uitleggen wat ze met Nederland willen en hoe ze dat voor elkaar denken te krijgen. Vol emoties, feiten en argumenten.

En daarna mogen ze elkaar weer met de stopwatch in de hand vliegen afvangen. Hier wil ik het bij laten. U zult begrijpen, aan de uitslag waag ik me niet meer. Genoeg lange neuzen gehad.