Wie tijdens de laatste Zomergasten van dit seizoen al zappend in het gesprek tussen zomergast en gastheer was gevallen, had waarschijnlijk het idee gekregen in een late uitzending van Buitenhof of Terzake terecht te zijn gekomen. Door Bert Brussen.

Althans, als het ging om Europa, Europa, Europa, Europa de Euro en Europa. Een zeg maar gerust Europese passie van Eurofiel en voormalig premier van België Guy Verhofstadt.

Nu is Verhofstadt weliswaar een archetypische politicus, iemand die geen moeite heeft de ruimte en uitzendtijd te vullen met meer dan gemiddelde monologen waaruit altijd een zekere ideologische richting valt te destilleren maar nimmer een al te persoonlijke ontboezeming. Toch was hij als Zomergasten-gast uitermate geschikt.

Misschien was dat te wijten aan zijn eruditie, dat charmante Vlaamse accent dat zijn no nonsense-uiterlijk extra goed liet uitkomen, of aan zijn typische Vlaams bourgondische uitstraling waardoor je als kijker (en als kiezer) het idee had letterlijk bij de ex-premier thuis op de borrel te zijn om een pintje of een bolleke te pakken.

Meer waarschijnlijker is het dat Verhofstadt zo Zomergasten-waardig was vanwege zijn tomeloze passie en enthousiasme voor zijn, doorgaans politieke, analyse van de wereld.

Uitgekookt

Toch deed ook Verhofstadt, zoals overigens van een goed politicus verwacht mag worden, zijn best een uitgekookte politieke boodschap te verpakken in de samenhang van de fragmenten en het programma. Maar waar Brandt Corstius in eerdere afleveringen ofwel zijn gast bewust veel ruimte gaf ofwel domweg niet in zijn gast geïnteresseerd leek, excelleerde hij ditmaal in het stellen van kritische vragen.

Zeker het laatste anderhalf uur toonde Brandt Corstius zich een begenadigd interviewer die niet zomaar losliet als hij dacht beet te hebben bij een door de politieke praktijk gestaalde ex-premier. Zo confronteerde hij zijn gast op een door de gast zelf geschreven in retrospectief onhandig citaat uit 1992, waardoor Verhofstadt zichtbaar in verlegenheid werd gebracht maar waardoor Verhofstadt ook, even zichtbaar, zijn politieke reflexen herkende en zich behendig uit de in potentie netelige situatie wist te manoeuvreren.

Passie

Kennelijk deelt Brandt Corstius een zelfde soort passie voor Europa, zij het in totaal ander perspectief ,want het was vooral met dit onderwerp dat Brandt Corstius zijn Zomergast aardig bij de les hield en duidelijk liet merken dat Zomergasten voor een politicus meer kan zijn dan gratuit door de praktijk geslepen diplomatiek-ideologische monologen te houden. Dit leverde buitengewoon mooie, vurige discussies op.

Misschien was het juist wel het feit dat Brandt Corstius niet vastzat in de afstandelijke rol van objectieve politiek interviewer maar in de rol van Zomergasten-gastheer die, wel beschouwd, net zoveel ruimte kan nemen als hij zijn gasten geeft dat zorgde voor deze broeierige maar keurige en interessante televisiediscussies.

Politicus

Maar toch, een politicus blijft een politicus, zelfs een politicus die ooit een land leidde dat nu al meer dan 443 dagen zonder regering zit. Drie uur Zomergasten was duidelijk niet voldoende voor Verhofstadt. Het had ook zes uur kunnen zijn. Of zestig uur. Dan zat hij nu nog even enthousiast als gepassioneerd zijn monoloog te houden zonder dat iemand wist waar de passie ophield en het theater begon.

Het verschuiven van het onderwerp politiek (en dus Europa) naar kunst deed wat gekunsteld aan. Alsof de kijker verplicht pauze moest houden met wat snobistisch gebabbel over abstracte kunst en Italiaanse wijnen (het was humor geweest als Brandt Corstius zijn pathetische en zelfvernederende bedeloproep om toch alsjeblieft lid van die kennelijk enorm zielige VPRO te worden juist op dat moment had gedaan in plaats van op het einde, maar dat terzijde).

Aan dat uiteindelijke einde had geen kijker ook maar iets van de mens Verhofstadt gezien. Dat hoeft ook helemaal niet. Elke zomergast krijgt de Zomergasten die hij verdient. Bij deze gast was zijn Zomergasten meer dan uitstekend. Het was goed zo.