Een college “Geschiedenis van Suriname”, een stoomcursus mensenrechten, een pleidooi voor de rechtstaat, geloof in de democratie met Zuid-Amerikaanse passie en een vleugje politiek opportunisme. Door Bert Brussen. 

Zo valt deze vierde Zomergasten-aflevering met Lilian Gonçalves-Ho Kang You als zomergast samen te vatten.

Moeilijk, intellectueel, beschaafd, bedachtzaam, elitair wellicht maar nimmer saai. Eigenlijk was het zo’n Zomergasten waar de ware fan Peter van Ingen als gastheer miste.

Niet dat er met Jelle Brandt Corstius zoveel mis was, maar toch, gewoon voor de sfeer. Die goede oude tijd.

Warme verhalen

Diezelfde goede oude tijd klonk ook zo heerlijk warm door in de verhalen over Suriname die Gonçalves vertelde. Verhalen waarin prostituees nog "dames van de horizontale vreugde" heten. Je proefde de kruiden, hoorde over verre streken en overleveringen van jaren her in dat merkwaardige maar toch ook weer zo herkenbare accent.

Kokos, kousenband en kon esi baka. Het warmbloedige van daar dat zo schril afsteekt tegen die kille Hollandsche calvinistenmentaliteit van hier, het had een weldadig effect op het gesprek. Alsof het allemaal niet hoefde, maar gewoon ging, samen met z’n tweeën aan de keukentafel op zomaar een zomeravond.

Decembermoorden

Maar zwaar was het wel. Loodzwaar. De man van Gonçalves werd in december 1982 door de soldaten van Desi Bouterse doodgeschoten. Een van de decembermoorden die zijn sporen had nagelaten. Ze was “een stuk van zichzelf kwijtgeraakt” maar had wellicht evenveel gewonnen.

De voortgezette strijd voor mensenrechten en democratie was de absolute winst en het koste haar geen enkele moeite dat te tonen. In tegenstelling tot haar verdriet dat, voelbaar aanwezig in elk zorgvuldig gekozen fragment, even zorgvuldig werd vermomd tot beheersbare, keurige taal die op zich niet eens emotieloos was maar altijd behoedzaam.

Diplomatie

Gonçalves heeft gedurende de drie uur geen moment gesproken zonder eerst grondig na te denken over een zorgvuldig antwoord. “Ik ben niet iemand die graag mijn hart laat spreken”, zei ze en dat was voor haar even zwaarwegend als het recht om geen antwoord te geven als mensen te dichtbij kwamen.

Maar misschien is dat diplomatie. Niet willen antwoorden op vragen over de hedendaagse Nederlandse politiek en in plaats daarvan “dit is niet Buitenhof toch?” zeggen, is in elk geval een briljant staaltje van doortastendheid.

Staalkaart

Toch was dat niet hinderlijk. Het was geen ijzige tante waar de vragende blikken van de kijkers op afketsten als kogels op een pantser. Evengoed zorgvuldig en doordacht waren haar verhalen kleurrijk en bloemrijk. Een staalkaart van mogelijkheden, behorende bij een getekend leven van een denker die weigert zich over te geven aan Jobstijding of dictatuur.

Misschien was het de warmbloedige invloed, het vreemde trucje van retorica en geveinsde schoonheid dat bij sommige (ex-) advocaten in de genen lijkt te zitten of de zichtbare strijdvaardigheid van haar vrouwelijke optimisme; zelfs een cynicus wilde samen met Gonçalves geloven in een betere wereld, al was het maar voor heel even.

Oprechte stiltes

Zelden kende een Zomergasten-uitzending zoveel oprechte stiltes. Stiltes waarin gastheer en gast met elkaar communiceerden via de ogen. Stiltes die thuis werden gedeeld, omdat er nagedacht moest worden over wat zo schrijnend naar voren kwam in de fragmenten. Stiltes die daarna werden doorbroken met antwoorden op vragen als: “Wat is erger? Niet weten wat er met je man is gebeurd of alles weten van de marteling en zijn dood?”.

Wie zelf een man heeft verloren, gemarteld en wel, door een dictator die nog altijd aan de macht is in het vaderland dat uiteindelijk is ontvlucht en toch weloverwogen een antwoord kan geven op die vraag zonder blijk te geven van enig wantrouwen in de rechtstaat, is groots en benijdenswaardig.

Eigenlijk is het geen wonder dat Brandt Corstius de hele uitzending lang moeite bleef houden met tutoyeren. Sommige mensen kun je niet anders dan met “u” aanspreken.