Er zijn van die Zomergasten-afleveringen waarbij de recensent na anderhalf uur staren in de televisie-afgrond het liefste wegzapt in de volle overtuiging dat het verder toch niets meer wordt. Om in het laatste uur tot de conclusie te komen dat het maar goed is dat er niet is weggezapt omdat de recensent dan historische televisie had gemist. Door Bert Brussen

De laatste Zomergasten-aflevering van dit seizoen met fotograaf Erwin Olaf als zomergast was zo'n aflevering. En het was niet het totaal in het decor wegvallende overhemd van Jelle Brandt Corstius dat zo symbolisch contrasteerde bij het van het scherm afknallende korenblauwe poloshirt van Olaf wat deze uitzending historisch maakte.

Historisch was de emotionele betrokkenheid van Olaf bij de gebeurtenissen op 11 september, waarvan hij enkele indrukwekkende amateuropnamefragmenten liet zien.

Had Olaf zich in de twee uur daarvoor als een wat gesloten maar hartelijke kunstenaar laten kennen, met vooral de neiging zo snel mogelijk weer het makkelijke en luchtige op te zoeken, nu was er die gepassioneerde ernst.

Zijn betoog tegen geweld en voor de (Amerikaanse) vrijheid deed wellicht wat nichtenkitscherig en pathetisch aan, zijn woorden waren niet minder waar, en zeker niet betekenisloos.

Homogeweld

Historisch was ook het gevoelige pleidooi dat Olaf hield tegen het toenemende homogeweld in "zijn" stad Amsterdam. Hij wond er geen doekjes om, noemde het beestje bij de allochtone naam en toonde zich een ontroerend strijdvaardige maar kwetsbare bewaker van een prille vrijheid.

Oprechte woorden. Zelden had iemand zo ontzettend gelijk, zonder zich te laten verleiden door de gevaarlijke retoriek van geweld of dwalingen naar meer extremistischer ideeën.

Even werd het oorverdovend stil in de studio. Hopelijk werd het thuis bij de Amsterdamse bestuurders, die nog altijd het toenemende geweld tegen homoseksuelen (één incident per dag!) niet kunnen of niet durven stoppen, net zo stil.

Collectie

Tot zo ver het historische gedeelte. Was de rest van de avond wegzapbaar? Ach, er waren momenten die het kijken waard waren. Bijvoorbeeld dat moment waarop Olaf een collectie van zijn eigen werk liet zien. Het was duidelijk dat daar de passie lag: het beeld. Het onzegbare van lijnen en schaduw benadrukken op een duizendste van een seconde.

Ook de intieme ontboezeming over zijn chronische ziekte, longemfyzeem, was van een merkwaardige schoonheid, ook al liet de fotograaf meerdere malen blijken er niet al te veel over uit te willen wijden.

Ivoren wachters

Erwin Olaf was echter geen zomergast die eens even lekker in zijn ziel liet kijken. Hij bleef altijd op de oppervlakte, lachte te vaak en te snel zijn perfecte ivoren wachters bloot, alsof hij schaamte en verlegenheid kon vangen in een schaterlach als het op vrouwelijke rondingen weerkaatsende licht in een diafragma.

Erwin Olaf is geworden als zijn foto's: een verfraaiing van zichzelf. Met veel fixeer als een laag vernis, waar hoogstens af en toe een barstje in kwam.

Debiele kijker

Niet dat de kennelijk hernieuwde presentatietechnieken van Brandt Corstius de zomergast erg veel hielpen. Het besluit van Brandt Corstius om de vaart er vooral lekker in te houden en die blijkbaar debiele kijker zoveel mogelijk te helpen met duiden, maakte een lang gesprek soms zo goed als onmogelijk.

Het werd toch: vraagje een, vraagje twee, goed dan nu het volgende fragment. En als er dan vragen werden gesteld die er toe deden, werd de gast al snel weer onderbroken door een overbodig uitleggerige journalistiek doenerige gastheer die te weinig ruimte gaf. Ruimte om zinnen af te maken bijvoorbeeld.

Ondoorgrondelijkheid

Ach, het is ook nooit goed met die Zomergasten-presentator, tradities zijn er om in ere te worden gehouden. Wie weet is Jelle Brandt Corstius er volgend seizoen weer. De wegen van de Vpro zijn wat dat betreft ondoorgrondelijk. Dat is maar goed ook. Wat meer ondoorgrondelijkheid kan Zomergasten alleen maar ten goede komen.