Eindelijk een aflevering waar de ware Zomergasten-kijker wat mee kan. Zo’n typische aflevering die bijblijft, eentje waarover nog veel gesproken gaat worden op de maandagochtend bij de koffieautomaat. Door Bert Brussen.

Door enkele liefhebbers en de vele mensen die niet gekeken hebben maar de recensies lezen zodat ze bij de koffieautomaat kunnen doen alsof ze Zomergasten hebben gekeken.

Deze laatste aflevering van het seizoen, met Jaap van Zweden als Zomergast, was er zo een. Dat doet naar meer verlangen. En dat is er dus niet. Tragisch.

Jaap van Zweden maakte duidelijk dat Zomergasten niet alleen gebaat is bij een goede presentator maar vooral ook bij een gast die op aarde lijkt te zijn gezet als Zomergast.

Zonder truttig gepeur in zijn ziel en zonder vermoeiend gedram van Van der Linden, gooide dirigent van Zweden gewoon zijn innerlijke hebben en houden op tafel. Hiero kijker, alstublieft. U wilde een Zomergast, u krijgt een Zomergast.

Een compleet zielenleven van een musicus werd tentoongesteld aan het gretige publiek zonder dat het echt pathetisch of al te intiem werd.

Autistische zoon

Nouja, dat lange doorpraten over zijn autistische zoontje Benjamin werd wellicht wel héél erg intiem en echt jammer was het dat Van Zweden het kennelijk nodig vond aan het einde van het programma nog een staaltje onvervalste Happinez-spiritualiteit van de koude grond van stal te halen (iets met non-dualisme).

Maar een Zomergast die in het eerste uur zinnen van het kaliber “als je zingt met de muziek mee, diep van binnen, kan niks je gebeuren” uit zijn mond laat rollen, is natuurlijk onmiddellijk te vergeven. Zo’n man snapt het wat het betekent Zomergast te zijn.

Accent

Zonder schroom vertelde hij, in dat lichte accent waarin dat straatjochie uit Amsterdam-West nog altijd doorklinkt, over zijn bewogen jeugd en raakte hij moeiteloos tot aan zijn diepere emoties.

Zelfstandig wel te verstaan, er was geen bokkige, zurig drammende Margriet van der Linden voor nodig om hem tot vage bekentenissen te dwingen. Sterker nog, Van der Linden hoefde niets meer te doen dan de compositie van de mens Jaap van Zweden te dirigeren. De Zomergast was zelf het hele orkest en kreeg alle ruimte die hij verdiende.

Overbodig

Eigenlijk waren zelfs de fragmenten, ook voor het eerst dit seizoen, eerder overbodig dan hoogst noodzakelijke afwisseling. Waar eerdere gasten hun fragmenten nog hard nodig hadden om hun onderwerpen aan op te hangen, hielden Van Zweden en Van der Linden de loop van het gesprek vast en speelden ze hun concert van prelude naar finale zonder uit de toon te vallen of acoorden te hoog aan te slaan.

Van der Linden de journalist leek als Zomergasten-dirigent, goed ingelezen en wel, in haar element en de musicus Van Zweden, de Zomergast die het ware voelen van muziek zelfs met zijn gezicht nog kan uitdrukken, vervoegde jongensdroom van concertmeester naar wereldroem, met behoud van trots.

Passie

Die trots, zo leerde de oplettende kijker, was eigenlijk nog bescheiden. Die trots had hij verdiend met ijzeren discipline, een onwerkelijk perfectionisme en vooral die passie. Jaap van Zweden is de verbeelding van passie.

Gewoon op de begrafenis van je eigen moeder een foutloos vioolstuk ten gehore brengen. Op je negentiende tot half vier ‘s nachts gaan stappen en dan de volgende ochtend om half tien weer het Concertgebouworkest begeleiden als concertmeester, dat werk. Zoiets heet nou karakter. Dat zag je, dat voelde je, dat maakte televisie.

Talent

Dat passievolle, gecompleteerd met een verrassend live-optreden van violiste Simone Lamsma (volgens van Zweden hét grote talent, behorende bij de top 10 violisten van de wereld) maakten deze Zomergasten-aflevering tot een onvergetelijke kijkervaring.

Afgesloten door de negende symfonie van Mahler en een ontroerend hartelijke handdruk tussen gast en gastvrouw. Ja, het is jammer dat zo’n seizoen dan ineens weer voorbij is.