Na zijn doelpunt tegen Tsjechië in de kwart finale van het EK voetbal zag ik Christiano Ronaldo naar een camera lopen en zichzelf meerdere malen hard op zijn borst slaan. Door Marcel Langedijk

Hij keek woest, trots, duivels, arrogant. Als een gorilla die zojuist een roedel meisjesapen in de rood gezwollen bips had genomen. Als Rambo III die met zijn keukenmes zojuist een legertje Russen had afgeslacht. Hij stond voor die camera en keek een paar honderd miljoen huiskamers in. We zagen het hem denken: ‘Jullie simpele burgerzielen zijn niet eens goed genoeg om mijn met slagroom ingesmeerde perfect geboetseerde lichaam af te slobberen.’

Zoals veel mensen heb ik een hekel aan Ronaldo. Wat in principe nogal vreemd is, want ik ken die hele Ronaldo niet. Althans, ik heb nooit met hem gesquasht of een kameradenpils met hem gedronken in een muf riekend café. Toch blijft het een lul. Hij praat stom, is overdreven, heeft onnozel haar en stomme bakkebaarden. Hij huilt teveel, valt te vaak, hij zeurt, spuugt, zevert en heeft seks met stapels mooie vrouwen.

Het vervelende is: Ronaldo kan het niet helpen dat ie zo’n klootviool is. Het is onze schuld. Wij, het publiek, hebben Ronaldo gemaakt tot wat hij is; een ontzettend rijke, arrogante, vervelende, verwende jankbak met een overschot aan gewillig vrouwenvlees. Dat hebben wij gedaan omdat Christiano Ronaldo verschrikkelijk goed kan voetballen. En voetballen is de populairste sport ter wereld.

Was Christiano verschrikkelijk goed in kegelen of badminton geweest, dan had hij gewoon Chris geheten, was hij amper bekend geweest, door niemand geadoreerd en had ik rustig een kopje thee met hem kunnen drinken als ik hem tegenkwam in de plaatselijke croissanterie. Hij had dan nog steeds een uitstekend lichaam en glimmend haar gehad, maar zou niet de hele tijd zijn shirt uittrekken, want dat doen badmintonners niet, om van kegelaars maar niet te spreken. Deed hij dat toch, dan zou ik hem gemoedelijk op de schouder slaan en hem vertellen dat ie als de sodemieter zijn shirt moest aantrekken omdat ik hem anders een jetser van een leverstoot zou toedienen. Hij zou me dan berouwvol aankijken en even later moesten we er dan om lachen, Chris en ik.

Het mag niet zo zijn. Christiano is een topvoetballer. Doodzonde van een ooit zo gewoon straatschoffie. Stiekem hoop ik dan ook voor hem dat hij in de volgende wedstrijd een paar voor zijn voetbalcarrière noodzakelijke ledematen verbrijzelt. Niks ernstigs ofzo en het hoeft ook niet héél veel pijn te doen, maar genoeg om hem tot stoppen te dwingen. Dan heeft niemand meer een hekel aan hem. En dat gun je zo’n jongen.