Ik ben een paar dagen geleden aangereden. Ik moest bij het Amstel Hotel zijn voor een ontbijtafspraak, wat als ik het zo opschrijf verdomd snobistisch klinkt. Door Marcel Langedijk

Hetgeen prima is. Ik liep druk pratend met de man met wie ik had afgesproken richting het Amstel, nadat we onze even interessante als milieubewuste fietsen op slot hadden gezet. We staken over en liepen een klein stukje over het fietspad. Aangezien we nogal opgingen in onze boeiende conversatie (ik meen iets over borsten, maar het kan ook over Hero Brinkman zijn geweest) letten we niet al te goed op, dat geef ik direct toe. We namen echter maar een klein deel van het pad in beslag, het was niet al te druk en, verdomd, de zon scheen.

Toch werd ik vanuit het niets geramd tegen mijn schouder en arm. Ik ga er niet om liegen: het deed pijn. Toen ik even verbaasd als geschrokken omkeek om te zien wie mij zo bruusk had getorpedeerd op deze zo veelbelovende dag zag ik hem. Hij zat op zo’n fiets van een ingewikkeld merk met heel veel versnellingen, hydraulische remmen, roterende flensmoeren, navigatie, airbags en meer van dat soort overbodige shit. Zo’n fiets voor mensen die fietsen heel serieus nemen. Zo’n fiets voor mensen die alles weten.


De man die dit moordwapen bestuurde was grijs, mager, droeg een rond brilletje, keek strak en vreugdeloos voor zich uit en trapte met zoveel woede op de pedalen dat iedereen die hem zag fietsen even opkeek. De man had een probleem, dat zag je zo. Hij had ook een rugzak met een heleboel ritsjes. Uit twee van de ritsjes staken flesjes mineraalwater.

Ik snap dit soort mensen niet. Waarom belde de man niet, bijvoorbeeld? Hij stond in zijn volste recht, het fietspad was van hem, zeker. Maar bloederige hel, dit was Amsterdam, waar zelfs trams op het fietspad mogen en alles dwars door elkaar heen rijdt. Een beetje toeteren of bellen is daarbij wel eens nodig. Soms moet er zelfs even duchtig gescholden worden. Maar iemand willens en wetens omver beuken omdat je nu eenmaal gelijk hebt… Dan ben je gewoon een onverdraagzaam mens. Nee, meneer, dan bent u gewoon een ontzettende lul. En zeer waarschijnlijk de reden waarom dit land naar de verdoemenis gaat.

Was mijn ontbijt verpest? Welnee. Met dank aan mijn tafelgenoot. Het betrof hier de kunstenaar en levensgenieter Selwyn Senatori (google deze man). De Italiaans-Amsterdamse Selwyn is een van de redenen dat dit land misschien niet naar de verdoemenis gaat. Hij is namelijk humoristisch, relaxt, creatief, heeft een naam die klinkt als een vintage racewagen en kleedt zich stijlvoller dan alle fashion victims van Nederland bij elkaar. Een man die, puur door zichzelf te zijn, strijdt tegen middelmaat en onverdraagzaamheid. En, maar dit terzijde, tegen het automerk Opel – ‘Alleen al dat logo, welke lul bedenkt zoiets?’

We aten een croissantje, dronken een espresso en zagen een klein bootje over de Amstel voorbij varen. Het bootje heette Dikky. Daar moesten we om lachen. Met een beetje geluk was de man op de fiets ergens ter hoogte van Weesp heel hard tegen een muur gereden.