Het verhaal van vandaag speelt zich af in een legendarische Amsterdamse kroeg. Ik was daar met vrienden voor een avondje bier en bitterballen. Door Marcel Langedijk

Mannen onder elkaar, je kent dat wel; hard praten en lachen en drinken en uiteindelijk liederlijk zwalkend naar huis. Zo’n avond dat je eens niet over fashion, literatuur, het neoclassicisme of groepsseks hoeft te praten.

Het liep anders.

Al een uur na het eerste biertje kwam hij binnen: De Man Met Het Lelijke Overhemd. Iedereen heeft recht op wansmaak, ik heb de vrijheid van kledingsuiting hoog in het vaandel staan. Alleen: ik moet er geen last van hebben. Het lelijke overhemd van De Man Met Het Lelijke Overhemd was zó lelijk dat de tijd even stil leek te staan. Iedereen keek naar de man. Die zich van geen kwaad bewust was. Hij bestelde kalm een pils en wachtte op wat er komen ging. Zijn blik was verwachtingsvol. Meisjes met borsten zouden zijn deel zijn vanavond, dat wist hij zeker.

Hoewel het gesprek waaraan ik deelnam niet al te ingewikkeld was (iets over het verlies van Charly Luske, geloof ik) kon ik me toch niet meer concentreren. Ik bleef naar het pilsdrinkende overhemd kijken. Ik wilde het niet zien, maar kon niet anders. Het lelijke overhemd was overal. Het lelijke overhemd was Gordon, zeg maar.

Het was veelkleurig. Rood, zwart, groen, geel, paars. Blauw ook, geloof ik. Die kleuren liepen in elkaar over. Het shirt was bovendien te groot. De knoopjes tot boven toe gesloten. Hij was van polyester, dat zag je zo.

Ik zou niet eens weten waar je zo’n overhemd kunt kopen. De man wist het wél. Sterker: hij had hem gekocht én bovendien besloten het aan te trekken. In een publieke uitgaansgelegenheid. Hij keek er ook nog heel zelfverzekerd bij. De lul. Net voordat ik besloot kwaad te worden, kwam een collega van me de kroeg binnen. Hij was dronken en zodoende blij me te zien. Dat was wederzijds tot hij zijn jas uittrok en ik geconfronteerd werd met een werkelijk affreuze sweater. Hij had een V-hals, die sweater, en hij was geel, te groot en er zaten modieus bedoelde gaatjes in.

Vandaar de volgende vraag aan de dragers van deze pijngrens tartende waanzin: waarom? Waarom trekken jullie dit soort kleding aan in een tijd waarin je zelfs bij de moederfokkende HEMA een prima overhemd of shirt kunt kopen? Voor weinig! Vrijheid van kledingsuiting, I know, maar kom op… er is niemand die dit mooi vindt. Zelfs de modeblinde stylist van Frans Bauer had dit geweigerd. En dat wil wat zeggen.

Hans Ubbink, Darryl van Wouw, Viktor, Rolf: we zijn er nog lang niet.