Sporten is een bitch. Aldus mijn collega, een wat corpulente jongen die bekend staat om zijn liefde voor eten en straattaal. Sporten, zo vindt hij, dat is voor sukkels. Echte mannen eten veel, drinken hard, veroveren een vrouw, nemen haar mee naar huis en geven haar een machtige afstraffing met de liefdeslans. Door Marcel Langedijk

Natuurlijk, dat doen echte mannen, maar sporten, dat doen ze ook.

Nu ben ik zelf een hardloper. Geen Haile Gebrselassieachtig gejakker, maar gewoon een aantal keren per week het lichaamsvet verbranden in een hip park of regenachtig woud. Mijn collega noemt het evenzogoed een sport voor ‘magere debielen’. Zo heeft hij over meerdere sporten een mening. Voetbal is voor het plebs, hockey voor meisjes, basketbal voor mafketels van twee meter dertig, van cricket snapt niemand iets, tafeltennis is voor homoseksuelen en van rugby ga je dood. En zo kan de collega nog wel even doorgaan. En doorgroeien. Want eten en drinken, dat blijft hij uiteraard lekker doen.

Op het vrouwenveroveringsfront gaat het evenwel wat minder, lately. Wat vrouwen je namelijk ook voorhouden: ze moeten over het algemeen weinig hebben van moddervette mannen. Wat ze op een dronken moment nog knuffelig als een ‘lief buikje’ betitelt, noemt ze tegenover haar vriendinnen een ‘modderig vetschort’. En die onderkin mag ze tijdens jullie knuffelsessie ‘heel mannelijk’ vinden, bij haar vriendinnen sta je bekend als die gast met een kin ‘als een stapel pannenkoeken’. Wat kan ik zeggen, het is een harde wereld.

Dus dacht ik onlangs: ik ga hem helpen. Hoorde bij mijn goede voornemens voor 2012, mensen helpen.

Zodoende nam ik de collega mee naar een bootcamptraining, het uit Amerika overgewaaide fenomeen waarbij je in de buitenlucht je spieren traint tot de dood nabij lijkt. Dit doe je middels push-ups, sit-ups, crunches, burpies, lunches en nog zo een riedeltje Engelse krachttermen. De mannen en vrouwen van wie je de lessen krijgt, zijn in het dagelijks leven redelijk normaal, maar veranderen tijdens de trainingen in je vijanden. Niet dat ze je uitschelden of slaan, maar na een uur is je lichaam zo afgemat dat je in een hoekje wil gaan liggen wachten tot de pijn weg is.

Genieten, dus. De collega zag het anders. Ik had hier graag een Wendy van Dijk-achtig verhaal verteld, vol met honderden verloren kilo’s, vreugdetranen, trotse trainers en een gierend gelukkige collega die mij voor de rest van zijn bestaan dankbaar zou zijn. Niet is minder waar. De collega haat mij. De spierpijn na zijn training was ‘belachelijk’. Dit kon niet gezond zijn. Hij kon een week niet bewegen. Ik was een hufter. En sporten was voor sukkels. Om die mening kracht bij te zetten, is hij inmiddels ook gaan roken. Over zijn longen.

Tot zover mijn goede voornemens voor 2012. Zoek het allemaal maar lekker zelf uit. Goede voornemens zijn een bitch.