Ik moet een nieuwe telefoon. Niet omdat ik hip of anderszins bij de tijd wil doen – vandaag even niet - maar gewoon, omdat het scherm van mijn iPhone plotseling dacht: ‘Ik ben hier klaar mee, ik ga uit.’ Door Marcel Langedijk

Technisch wonderkind dat ik ben, probeerde ik nog wat vernuftige trucs om het licht in het touchscreen terug te brengen. Maar zowel het hard tegen de grond gooien als het grondig vloeken mochten niet baten. Mijn iPhone was een wisse dood gestorven.

In een stoffige lade vond ik een oude Nokia. Net als het bedrijf zelf, heeft die moeite met alles. Traag als dikke stront door een smalle trechter. Sms-en is tricky, internet kent ie niet en foto’s maken, nee, dat doe je maar met een fotocamera. Alleen bellen, dat doet de Nokia. Hetgeen ik dan maar deed. Met de klantenservice van de teerbeminde provider die mij al jaren voorziet van torenhoge rekeningen en wurgcontracten.

45 cent per gesprek, zei een computer. De jongenman van de klantenservice (ik schatte hem op 15) die ik vervolgens aan de lijn kreeg, sprak met een zwaar Limburgs accent. Ik verstond het niet helemaal, maar gokte dat hij iets van ‘goedemorgen, kan ik u helpen’ zei, maar het kan ook wezen dat hij mij zojuist een terminale ziekte had toegewenst. Vredelievend mens als ik ben, gokte ik op het eerste en legde mijn hachelijke situatie uit. ‘Ik zie', Limburgde hij, ‘dat u een maand terug een SIM Only abonnement heeft afgesloten'. Ik beaamde dit. ‘Da’s dan pech, meneer Langedijk', vervolgde hij.

Ik voelde dat hij glimlachte.

SIM Only. Ik weet het zelf heus ook: dat is voor losers. Het laagste. Voor sukkels die nog steeds met het eerste model Nokia rondlopen. Die ze middels zo’n handig houdertje aan hun broekriem gespen. Voor bejaarden die dat hele sms’en maar een moeilijke uitvinding vinden. Voor godsdienstwaanzinnigen die in internet het begin van de Apocalyps zien. En voor mij. Want het is crisis, moet u weten. En ik weet weinig van crises, behalve dat ze me geld kosten. En mijn iPhone deed het prima. Dus wat kon mij gebeuren. Derhalve: SIM Only.

De klantenservicetiener vervolgde: ‘Het handigst is als u een nieuw toestel koopt. De iPhone kost 650 euro, meneer Langedijk.’ Meneer Langedijk wilde hem wurgen, maar legde met een laatste brokje vriendelijkheid uit dat hij al tien jaar bij deze provider zat en toch zeker wel op een snufje mededogen mocht rekenen. Was het niet? ‘U kunt ook een tweede abonnement nemen…’ sprak de puber resoluut. Hij was klaar met me, net als mijn iPhone. Ik wilde een discussie aangaan, maar wist dat dat net zo zinvol was als praten met een woedende voetbalsupporter; je krijgt hoe dan ook op je lazer. Ik hing op.

Alles is anders met een oude telefoon. Mensen staren. Ze weten: SIM Only. Ze weten: loser. Ik probeer een nonchalante houding aan te nemen. ‘Ach, deze doet het toch ook nog.’ Ik zie mijn collega’s begrijpend knikken, maar voel dat ze achter mijn rug om lachen. ‘Hoe kan ie zo dom zijn… SIM Only…’

Ik doe mijn best. Ik probeer het echt. De nogal grappige Stephen Fry schreef ooit: iPhone therefore I am. Ik vrees dat hij gelijk heeft. Ik vrees tegelijkertijd dat ik geen 650 euro voor een iPhone ga betalen. Al was het maar omdat ik het niet heb liggen. Derhalve pleit ik voor revolutie! We gaan niet meer bellen, Facebooken, twitteren, pingen, WhatsAppen; we gaan gewoon weer afspreken in kroegen, restaurants of thuis! We gaan weer terug naar de warme menselijkheid van vroeger!

Tenzij iemand een nieuwe iPhone over heeft.