Een kleine, knappe blonde vrouw met een wipneus vraagt of ze mijn paspoort mag zien. Ik staar in haar diepe hazelnootbruine ogen, ze heeft nonchalant de linkerhand op een automatisch geweer. Door Olaf Koens

 'Wat kom je doen?' vraagt ze. 'Vakantie vieren', zeg ik. 'Echt?' vraagt ze. 'Echt', zeg ik. Ze bladert door mijn paspoort en knikt. 'Welkom in Israel. We houden je in de gaten'.

Het leek nog zo'n koopje, voor 55 euro met een chartervlucht naar Tel-Aviv. Maar de problemen begonnen al op de luchthaven van Luik. Wie naar Israel vliegt heeft een retourticket nodig.

Bluffen dat je een e-ticket hebt helpt niet, maar de low-cost luchtvaartmaatschappij was overtuigd met een document dat ik met Photoshop in elkaar knutselde en liet printen bij de balie. Van mijn vakantie blijven ze af.

Conflict

Het is een van de weinige conflicten waar ik mijn vingers niet aan durf te branden. Het probleem tussen Israel en de Palestijnse gebieden is zo ingewikkeld, zo dubbelzinnig en beide partijen zijn zo overtuigd van hun gelijk dat het bijna onmogelijk is geen partij te kiezen.

Bovendien, wie wil er met politiek bezig zijn wanneer je in de branding baantjes kunt trekken, in de zon kunt liggen en een geweldig nachtleven hebt.

Agentes in bikini 

De hele week heb ik hardnekkig geprobeerd bij politieke vragen mijn schouders op te halen en geen oordeel te vellen. In gesprekken viel ik stil, kranten las ik niet.

Zelfs de zwaarbewapende agentes in bikini's probeerde ik te negeren. Even leek het te werken. Tot je probeert het land weer te verlaten.

Terroristische dreiging

In de rij op het vliegveld zie ik het meisje met de hazelnootbruine ogen weer. Ze plakt stickers op de wachtende passagiers.

Groen is veilig, oranje een twijfelgeval en mensen met een rode sticker - zoals ik - zijn een terroristische dreiging. Urenlang gaan tientallen agenten door mijn bagage.

Ze bekijken mijn vakantiefoto's, lezen mijn e-mails en bekijken mijn bonnetjes. Ik krijg een inwendig onderzoek, moet mijn telefoon afstaan en heb ik vijf talen uitgelegd dat ik echt geen Iraanse spion was.

Door de mangel

Na acht uur ondervragen en fouilleren mag ik doorlopen. Mijn vlucht is al vertrokken. Uitgeput bestel ik een kop koffie.

De Palestijnse jongen van de Burger King kijkt me indringend aan. 'Hebben ze je lang door de mangel gehaald?' vraagt hij. Ik knik. 'Dat gebeurt mij al jaren, iedere week weer', zucht hij. 'Voor de een is het een vakantieland, voor de ander een gevangenis. Cash of creditcard?'