'Rusland zonder Poetin', schreeuwde de menigte. Ze duwden de oproerpolitie in een hoek. Ergens sneuvelde een ruit. Met knuppels sloegen de agenten terug, ik kon de klappen net ontwijken. Door Olaf Koens.

Toen ik naar achteren wilde stappen stond Arkadi plots voor me. 'Je moet er gewoon doorheen beuken. Kijk, zo doe je dat!'

Arkadi was achttien toen de eerste Tsjetsjeense oorlog uitbrak. Voor hij er weet van had zat hij op het vliegtuig naar Grozny als onervaren soldaat. Hij vocht in de meest gruwelijke omstandigheden tegen mannen met baarden en tegen de mores van het Russische leger. Terug in Moskou was hij verloren. Zo verloren dat hij zich een aantal jaar later vrijwillig opgaf voor de tweede oorlog. Omdat 'ie geen rust kon vinden, en het verhaal nog niet verteld was.

Bier

Arkadi is nergens bang voor, zeker niet voor een divisie agenten van de oproerpolitie. Na een half uur duwen en trekken was de laatste demonstratie voorbij. 'Burgers, ga toch gewoon naar huis', riep een van de agenten door een megafoon. Het was het laatste protest tegen Vladimir Poetin. De Russische oppositie heeft het verloren. In een cafe een paar straten verderop bestelt Arkadi gelijk drie glazen bier.

Bloed

Na twee oorlogen werd Arkadi journalist. Hij ging weer terug naar Tsjetsjenië, en schreef het boek 'Eenmansoorlog'. Losse schetsen, aantekeningen en angstaanjagende beschrijvingen. Al op de eerste pagina's raakt hij een vriend kwijt, die hij even later dood weer tegenkomt. Hij is opgehangen aan zijn eigen ingewanden. 'Allah is groot', staat er in zijn bloed op de muur van het stukgeschoten appartement geschreven.

School

Later trok hij naar andere oorlogen en werd hij een van Rusland's meest gevierde oorlogscorrespondenten. Hij brengt andere veteranen en slachtoffers samen, en laat ze herinneringen ophangen. 'Ik ben ingekwartierd geweest in een school in een bergdorp. Ik heb later de hoofdonderwijzer ontmoet. Hij zijn dat soort ontmoetingen die het leven nog een beetje zin geven'.