Ze noemen het slagbal. Bij stoplichten en kruispunten van de snelwegen in Rio de Janeiro staan de kinderen uit Vila Cruzeiro met honkbalknuppels te wachten. Door Olaf Koens

De oudste is misschien vijftien. Ze herkennen de contouren, het geluid en zelfs het bandenprofiel van de nieuwste motoren. Wanneer de bestuurders de kinderen niet op tijd zien kunnen ze het meestal niet navertellen.

Al jaren vecht de zwaarbewapende oproerpolitie tegen de jeugd uit de favela's, de sloppenwijken in Rio de Janeiro. De ingenieuze wijken zijn bijna onneembare vestigingen geworden. Tussen de cafe's, biljartzalen en winkels voor motoronderdelen staan zwaarbewapende kinderen in schuttersputten.

Kinderen

Honderden miljoenen kinderen wonen in dit soort sloppenwijken, kopte NU.nl een paar dagen geleden. Zomaar een ANP-bericht naar aanleiding van een nieuw rapport van Unicef. De wereld verstedelijkt steeds sneller, de levensomstandigheden gaan in rap tempo achteruit.

Het eerste valt je de motoren op. In de leeftijd dat wij voorzichtig aan brommertjes sleutelen rijden de kinderen in Vila Cruzeiro op peperdure motoren, soms kleeft het bloed van de vorige eigenaar er nog aan. Vaak hebben de kinderen zelf al kinderen, en zie je behalve een straatjongen ook zijn vijftienjarige vriendin en en een kleuter op de motor zitten.

Stickers

De wijken liggen bovendien tot de nok vol met cocaïne. Met vliegers en mobiele telefoons coördineren de kinderen het eeuwige gevecht met de meedogenloze politie. Met de Olympische Spelen op komst maken ze er haast mee, stap voor stap probeert de militaire politie de sloppenwijken over te nemen.

Een van de jongens had een stickervel gestolen en plakte me onder de aanbiedingen. Eigenlijk wil je 'm een klap geven, tot je nog eens goed kijkt naar het handpistool dat losjes om z'n nek hangt. Het is de eerste regel in oorlogsjournalistiek. Een bewapend kind geef je alles. Ze hebben geen regels, kennen geen moraal en zijn nergens bang voor.