Jaren geleden liep ik samen met mijn broer door de dierentuin van Barcelona. We zagen een enorm aquarium boven aan een trap. Daarna volgde het bekende hollen. Ik mag graag trappen op hollen omdat het een prachtige manier van verheugen is. Door Nico Dijkshoorn.

De trap zit je in de weg en belemmert het kijken, wat juist de bedoeling is. Trappen zijn gemaakt om te bestijgen. Onderaan de smachtende eenzame man, bovenaan de trap de geliefde. Of omgekeerd. Ze hebben elkaar 12 jaar niet gezien. Het intense verlangen naar huid en ogen. Dat zijn magnifieke beklimmingen.

In Amsterdamse trappenhuizen is het het mooist traplopen. Op iedere verdieping hangt een huilende zigeuner. Gemaakt uit een puzzel, geschilderd met vakjes. Achter iedere deur gromt een hond.

Boven aan trappen omhelst het fijnst. Of onder aan trappen, als de geliefde het gewoon niet meer hield en je vlak achter de deur op staat te wachten. Omhelzen hoort altijd plaats te vinden boven of onder aan een trap.

De trap in Barcelona was een verleidelijke trap. Ze nodigde uit tot grote stappen, tot het roekeloos overslaan van treden. Het was lang geleden dat mijn broer en ik zo fijn naast elkaar een trap op waren gestormd. Bij onze oma voor het laatst.

Opeens deden we het nu met veel langere benen en met een hoofd vol zorgen om niets. Eenmaal boven liepen wij als vanzelf naar een enorm blauw raam. Zoals gewoonlijk bij ramen van aquaria moesten onze hersenen even wennen aan de vertekening in het glas. Langzaam trok er wat diepte in. We keken in een enorm bassin. Het was leeg. Dachten we.

Opeens gleed er een oog vlak voor het raam. Een oog in zwarte huid, met daar vlak naast een wit vlak. Ik keek recht in het oog van een orka. De orka keek naar mij. Het was waarschijnlijk een fractie van een seconde, maar ik beleefde het als een paar minuten. Ik keek weg. Het was te plotseling te veel en te diep wat ik zojuist had gezien.

Ik, met mijn minuscule oogje in dat armzalige lichaampje. De orka had het mij net goed laten voelen. Een vlieg was ik, met dat domme gehol van mij. Hij zat dan officieel wel gevangen, maar met die ene blik gaf hij mij voor altijd het gevoel dat ik degene was die gevangen zat, hoe vrij ik ook kon bewegen.

Dat was mijn eerste aanraking met oer. Een zwevend oog van een jager, gekooid in een veel te klein hok. Nu hangt er in Harderwijk weer een Orka in een bak en ik lees de reacties. Het gaat over redden, verkopen, houden, overplaatsen.

Het gaat over de leefomstandigheden. Ik raad iedereen aan om naar de Orka toe te reizen en het wezen in de ogen te kijken. U zult het meteen begrijpen. U zit gevangen in een veel te beperkt hoofd. Niet hij.

Die ene blik van de Orka in Barcelona heeft een ingrijpende invloed gehad op de manier waarop ik tegen de mens aankijk. Je kunt ons nooit meer anders zien dan als armzalige mislukkingen, als een gierend uit de hand gelopen experimentje tijdens de evolutie.

We willen een Orka redden, maar zelf zijn we reddeloos verloren. Dat voel je als je een orka in zijn oog kijkt. Ik kan dat iedereen aanraden. Orka-ogen maken nederig. Iets wat we nu meer dan ooit kunnen gebruiken.