Deze week werd duidelijk hoe geruisloos het kwaad zich in ons hoofd heeft genesteld. Dolblij zijn we met een Leuke Marokkaan. Door Nico Dijkshoorn.

Zelden heb ik zoveel mensen tegelijk horen melden dat ze sinds lang weer eens hadden gehuild. We hebben met zijn allen zitten huilen om een Marokkaan. En Marokkaan die een prijs won en sprak.

Ik hoef het u niet eens meer uit te leggen. Het moment zit al in ons collectief geheugen. De acteur Nasrdin Dchar, gekleed in een zwart pak met vlinderdasje, houdt het Gouden Kalf met één hand triomfantelijk omhoog.

Hij laat het aan Maxime Verhagen en Geert Wilders zien en zegt dan: ‘ik ben een Nederlander, ik ben heel trots met Marokkaans bloed, ik ben Moslim en ik heb een fokking Gouden Kalf in mijn hand.’ Daarna springt de zaal als één man juichend overeind.

Bekijk de speech:

Iedereen zal zich later herinneren waar hij was toen wij een Leuke Marokkaan vonden. Eentje met ouders, ouders die naar hem komen kijken als hij in het theater speelt. Een Marokkaan die zijn vrienden in het succes betrok. Daarom kwamen we met zijn allen juichend overeind. We zagen een Marokkaan die net zo was als wij. Eindelijk.

De speech is nu al de hele week op de televisie. Er wordt in talkshows over gesproken. Nasrdin Dchar was te gast bij Pauw en Witteman. Bij DWDD werd zijn speech geduid door verschillende Marokkanen. Iedereen vertelde hetzelfde verhaal. Het had gevoeld als een bevrijding. Veel Marokkanen legden uit dat ze de speech ook huilend hadden bekeken.

Daar begon ik te twijfelen. Ik weet wat ik voelde toen ik de speech voor het eerst op youtube zag. “Het is ze gelukt, Geert en Maxime.” Marokkanen gaan zich verdedigen. Zo ver hebben Geert en Maxime ze al, dat je aan Nederlanders wilt uitleggen dat Marokkanen ook een prijs kunnen winnen.

Ik vond de reactie van de mensen in de zaal en de speech van Nasrdin Dchar treurigmakend. Zijn woorden tonen maar een ding zonneklaar aan: het racisme zit veel dieper in onze samenleving dan we zelf durven toe te geven.

Als één man overeind te komen voor een man die het blijkbaar als een prestatie ziet om in dit land überhaupt een prijs te kunnen winnen, dat heeft iets vernietigend tragisch. Wie zo iets zegt voelt zich een Marokkaan en wie zo juicht voelt zich een Nederlander. Dat het gezegd werd en dat we hier zo hysterisch op reageerden maakte heel veel duidelijk.

Het zou juist zo prachtig zijn geweest als de afkomst van de acteur geen enkele rol had gespeeld. Als hij daar alleen maar als acteur had gestaan. Geert Wilders en Maxime, ze hebben hem in hun zak. Nooit zag ik iemand wanhopiger uitleggen wie hij was, terwijl het helemaal niet werd gevraagd.

We juichten omdat we onze Marokkanen graag zo zien. Als Ali B. Als Nasrdin Dchar. Leuke jongens, net gekleed die keurig werken voor hun geld. Ik zou het graag anders hebben gezien, maar wat ik daar tijdens de speech zag gebeuren stemde me verdrietig.

Geert zit blijkbaar definitief in ons hoofd. Nasrdin Dchar zei het zelf. Kijk eens Geert, ik ben een succesvolle Marokkaan. Zie je wel dat het kan. En volgende week zal Geert tijdens een spreekbeurt een uitgeschreven grapje maken over het woord fokking.

Ik vind het vreemd dat dit moment wordt gezien als een bevrijding. Maxime en Geert, als ze keken zullen ze hebben gelachen. Ze hebben het gezien: Het Kwaad zit diep in de hoofden van de gezonde Nederlanders. We zijn een volk geworden dat applaudisseert en huilt om wat eens doodnormaal was.

Twee dagen na zijn speech zat Nasrdin Dchar bij Pauw en Witteman en hij legde uit dat het belangrijkste gedeelte van zijn speech een heel ander stuk was. Dat was het gedeelte waarin hij ons uitlegde dat we het leven moeten leven alsof iedere dag de laatste kan zijn. Er uit halen wat er in zit.

Dat stelde mij dan weer gerust. Nasrdin Dchar was binnen een dag veranderd in Youp van ‘t Hek. Ik kwam niet juichend omhoog. Ik dacht: vertel dat aan iemand die in de rij staat bij de voedselbank. En ik dacht daar niet achteraan: Marokkaan.