Ik twijfel. Nu op dit moment. Door Nico Dijkshoorn.

Schrijf ik over een opgejaagd dier, een dier met een praalkraag om de nek, de bek steeds wijdopen en met zijn zo karakteristieke blauwe tong voor in de keel, een van de vele dieren met een een voorliefde voor militaire kostuums, subtiel afgewisseld met wijd vallende jurkjes.

Ik bedoel, schrijf ik over het dier dat met 23.000 andere soortgenoten om zich heen heel parmantig door zijn hok paradeert en nu, alleen in zijn kooi, zichzelf probeert te verdrinken in het waterbakje. Ik bedoel, schrijf ik over Kadhafi of schrijf ik over de uit Artis ontsnapte panda?

U kent mij. Laten we het over die panda hebben. Eerst wat geinige pandaweetjes. Nederlanders vinden panda’s vooral leuk omdat ze taalkundig heel dicht in de buurt komen van pinda’s. Je staat daardoor anders naar zo’n beest te kijken.

Het zit vlak voor je op een stuk bamboe te kauwen, maar jij ziet een zak ongezouten pinda’s van Adjes Pinda’s, ook voor al uw scooter onderdelen. Met andere dieren heb je dat niet snel. De ruisvoorn, daar heb ik het een beetje mee. Die zie ik in een zwart kostuum door het water zwemmen. Komt door Willem Ruis.

De panda vinden wij automatisch een gezellig dier omdat hij ons doet denken aan de avonden dat we met handen nat van de urine in bakken pinda’s hebben staan graaien bij dat en dat feestje.

Pinda’s, en dus ook panda’s, want zo werkt dat in ons hoofd, staan voor Oud-Hollandse gezelligheid. Nederlandse verjaardagen, zonder Baklava of een of ander ingewikkeld stuk Afrikaans gebak dat in oude binnenbanden is gerold. Pinda’s staan voor geluk in een bakje.

Wij vinden panda’s ook leuk omdat ze op Zorro lijken. Dat komt door de ogen. Wij zijn dol op dieren met een masker. Zijn lichaam is wit. Dat vinden we ook lief. Het kan dus niet op, een heel lief dier met een masker op. Dat een middelgrote panda met een hijs van zijn voorpoot een volgroeide lama openrijt, dat wordt voor het gemak dan even vergeten. Door dat masker zien wij zijn ware aard niet meer.

Vergelijk het maar met Batman. Die doet een grijs pak aan, zet een rubberen kap op zijn kop en spreekt wat lager en niemand herkent hem. Probeer je dat zelf in een supermarkt, dan vragen ze bij de kassa: “gewoon weer zegeltjes, meneer Dijkshoorn?”

Dit is het bericht op NU.nl over de ontsnapte panda. “Een kleine panda is dinsdagavond ontsnapt uit Artis in Amsterdam. Volgens een woordvoerder van de politie werd het diertje binnen een uur teruggevonden in een boom in de buurt van de dierentuin.”

Normaal zie ik op nu.nl heel slecht dierennieuws staan. Dat je denkt: kom eens met wat bijzonders. Vorige week nog, het bericht over een Siberisch slaapmuisje. Die was wakker geworden. Dat vind ik geen nieuws. Dit nieuws is echter wel te rechtvaardigen. Een panda die ontsnapt, dat is uniek.

Panda’s lopen ongeveer met een snelheid van anderhalve meter per dag. Dan moet je als bewaker dus echt behoorlijk zitten slapen. Als deze panda in een boom in de buurt van de dierentuin werd gevonden, dan moet die ontsnapping dus een maand of vier hebben geduurd.

Je ziet ook wat een ontzettend domme klootzakken panda’s zijn. Je doet vier maanden over een ontsnapping en wat denk je: ik ga even lekker met die witte pens van me in een boom zitten, zodat ze me iets makkelijker kunnen vinden. Nee, dan de Colditz-Bever. Die is bijna niet in zijn hok te houden. Geef die een theelepel hij graaft binnen een dag een gang naar Luxemburg.

We leren wel veel van dit infantiele panda vluchtgedrag. Ze doen maar wat. Wat wij als heel lief en onbevangen gedrag ervaren is niets meer dan zwakzinnige verveling. Dat is een beetje het probleem met panda’s. Ze beginnen aan van alles, maar afmaken ho maar. En als je ze er op aanspreekt is het meteen weer: ja, we hebben een zwarte motorbril op die het zicht belemmert.

Onuitstaanbare dieren eigenlijk, als je er over nadenkt. NU.nl eindigt het bericht met: “Ze zijn niet te vergelijken met de Chinese zwart/witte pandaberen.” Dat is keihard gelogen. De kleine rode panda is diep van binnen ook gewoon zwart/wit, maar verkleedt zich, ook weer uit pure verveling, als suikerpinda. Alleen op ons gevoel te werken. Let daar dus op als u ze buiten de bebouwde kom tegenkomt.