Er is in ieder geval één iemand die precies heeft begrepen wat de vrijspraak van Geert Wilders betekent: Maxime Verhagen. Een politicus mag, eerder dan een kiezer, de grenzen van het goede fatsoen oprekken.

Maxime heeft niet stilgezeten en gisterenmiddag was op de NRC site de tekst te lezen van een speech die hij die avond tijdens een partijbijeenkomst zou uitspreken. Een aantal fragmenten.

“Blijft mijn buurt wel mijn buurt als er weer een kerk gesloten wordt en er een moskee wordt gebouwd?”

“Ze pikken toch niet de baan van mijn zoon in?”

“Hoe zit het eigenlijk met de boodschappen die ik doe: wat kan ik nu wel en wat kan ik nu beter niet eten van die producten uit het buitenland en zit die buitenlandse ziekte nu ook in onze groente of in ons vlees?”

Na deze opsomming zegt Maxime het volgende: “Dit onbehagen is door de traditionele politieke partijen, ook door mijn eigen CDA, lang weggezet als een foutieve reactie op de snelle veranderingen in de wereld. Heus, alles zou goed komen. Maar dit onbehagen is begrijpelijk.”

Verhagen is verlost van de omtrekkende beweging. Eindelijk kan hij, in een speech die zogenaamd het populisme van de PVV bekritiseert, zeggen wat hij al jaren denkt. Alles wat Wilders al jaren roept, Maxime kan het nu wel van de daken schreeuwen. Buitenlanders stinken. Hun eten stinkt. Hun dochters stinken. Ze hollen Nederland van binnen uit. Ze pikken onze banen in.

Het is precies wat Gerard Reve lang geleden deed. Hij schreef in een brief aan Simon Carmiggelt dat ze alle buitenlanders “met een zak vol spiegeltjes en kralen op de tjoeki tjoeki stoomboot kunnen zetten, enkele reis Takki Takki Oerwoud, meneer!’.

Jarenlang heeft Reve woedend gereageerd op de verdachtmaking dat hij dit echt meende. Natuurlijk ging het hier om ironie. Tot hij in een interview met Boudewijn Büch bijna twee uur lang probeerde te bewijzen dat zwarten een kleinere herseninhoud hebben.

Zo zit het ook met Verhagen. Hij meent het. Verhagen vindt onze cultuur waardevoller dan andere culturen. Hij begrijpt de angst. Ziehier de bron van iedere oorlog. Het staat letterlijk in zijn speech. Als je zegt: “die buitenlandse ziekte, kan die ook in mijn groente zitten”, dan weten we nu wat zijn reactie is: hij vindt dat onbehagen begrijpelijk en het CDA moet daar beter naar luisteren.

Want dat levert stemmen op. Die ouderwets meelevende Christen die zijn naasten lief heeft, daar is het CDA niets mee opgeschoten. Het is tijd voor Nieuw Christelijk Hollands stemvee.

Bijna tegelijkertijd steunde het CDA, samen met de VVD, een wetsvoorstel van de PVV om op Radio 2 verplicht meer Nederlandstalige muziek te draaien. Ook bijna tegelijkertijd hoorde ik op radio 1 een CDA politicus over kunstenaars spreken alsof het hier om een groep uitvreters gaat. “Ze moeten niet zeuren. Ze hebben lang genoeg hun hand opgehouden”

Aan alles voel je: door de vrijspraak van Wilders is het zelfvertrouwen bij de angst-denkers gegroeid. Het is tijd om alles te vertrappen waar ze een onbehagelijk gevoel bij krijgen. Maxime en vele anderen durven, een handje geholpen door de enorme inzet van Bram Moszkowicz, het gezonde volksgevoel steeds onverbloemder te etaleren.

Gisteren nog rolde het volgende plannetje door Nederland. Buitenlanders moeten bij de inburging het Wilhelmus uit hun hoofd leren. Een SGP-ideetje, gesteund door een meerderheid van de kamer.

Ik heb niet eens zin om daar lollig over te doen. Het is uit met de pret. We leven, na de vrijspraak van Wilders en de mentale bevrijding van Maxime, in een land waar door de regeringspartijen binnen een week op vier verschillende manieren de grootheidswaan wordt gepredikt. Wij zijn beter. Buitenlanders maken alles kapot. Uw angst is terecht. Dat is de boodschap. De christelijke boodschap weten we nu.