Ik lees net dit bericht op de afdeling Wetenschap van NU.nl: “ Het lijkt erop dat clownvissen, de oranje-witgestreepte hoofdrolspelers uit de Disneyfilm Finding Nemo, hun gehoor verliezen in zuur water.” Door Nico Dijkshoorn.

Dat is goed nieuws. Ik heb het niet zo op clownvissen. Clownvissen vervelen ons nu al eeuwen met dat overdreven clownsgedoe en dan grijpt Moeder Natuur keihard in. Hopla, weg die trommelvliesjes.

De clownvis, en dat weten niet veel mensen, haalt al heel lang het bloed onder de nagels vandaan bij alles wat kan zwemmen. Andere vissen hebben zich er- in de loop van de evolutie - bij neergelegd dat ze geen oren hebben. De clownvis nooit. Die doet alsof hij een goed getrainde herdershond is. Tragisch.

Een herdershond heeft nog wat aan zijn gehoor. Die ligt op een matje, hoort vier huizen verder de buurman op zijn vrouw kruipen en dan slaat hij jankend aan. Daar heb je als slapend mens wat aan. Herdershonden beginnen te blaffen als er iemand rond je huis scharrelt.

Bij een inbraak heb je geen reet aan clownvissen. Ze horen het wel, een opengaande deur of brekend glaswerk, maar het enige wat ze kunnen doen is heel hard heen en weer zwemmen. Daar heb je weinig aan. Dat is de ellende van vissen, dat ze niet even hun kop boven het water uit kunnen steken om heel hard OEEHALLEEEEE te roepen.

Eigenlijk is het een wrede speling van de natuur, om vissen een gehoor geven. Ze kunnen er weinig mee. Honden, katten en knaagdieren, die lopen je huis uit als je een CD van George Michael opzet, maar een vis moet daar naar luisteren, of hij wil of niet. Ik mag dat graag doen, een CD van George op repeat zetten en dan kijken hoe de clownvis doodsbang vanuit zijn plastic onderwaterkasteeltje zit te loeren naar de speakers.

Bij een andere vis zou je medelijden voelen, maar de clownvis roept vooral blinde woede op. Dat heeft te maken met de film Finding Nemo. Voor die film was de clownvis een graag geziene vis op verjaardagen. Gewoon een heel easy going visje, trots op zijn beroep. Clown.

Een jaar of dertig geleden lieten clownvissen zich er nog niet op voorstaan dat ze de gangmakers van de zee waren. Ze schminkten ‘s ochtends een rare bek op hun kop, en dan deden ze hun bekende clownsdingetjes. Opeens achter een anemoon vandaan springen en dan heel hard met de vinnen wapperen of achterom kijken tijdens het zwemmen en dan zogenaamd tegen de reet van een zeebaars aanzwemmen. Dat was lachen.

Een goede clownvis, daar mocht ik graag naar kijken. Vooral Russische clownvissen. Dan zat je echt naar vakvissen te kijken. Veel Nederlandse clownvissen grepen in de jaren zestig al snel naar het grote gebaar. Het was niet subtiel. Dan kwam er eentje aanzwemmen en dan zag je het al aan die kop: die gaat een hele middag ballonnen staan vouwen met een heel raar hoofd. Russische clownvissen zochten het veel meer in de kleine ontroering. Heel lang naar een paar schoenen kijken en dan naar hun benen zoeken, dat soort acts

Na die kutfilm van Disney is dat allemaal veranderd. Toen zijn clownvissen in hun eigen belangrijkheid gaan geloven.

Dat is jammer. Die film is een grote leugen. Clownvissen kunnen helemaal niet praten, zijn niet sociaal, beleven nooit avonturen en eten geen hotdogs. Disney kon dat geen ene moer schelen en zij hebben de clownvis willend en wetens neergezet als een begerenswaardig dier.

Als vis moet je dan sterk in je schoenen staan om daar zelf niet in te gaan geloven. De clownvis is dat niet gelukt. De natuur grijpt nu keihard in. De clownvis is over enkele jaren zo doof als een kwartel, een vogel die er ook altijd al een beetje om vroeg.

Volgende keer over woordblindheid bij maanvissen.