De 3JS en het geheim van de grote verloedering

De 3JS, dat moet de wel de slechtste band-naam ooit zijn. Je bent ergens voor in de 20 en dan met zo’n naam aankomen. Door Nico Dijkshoorn.

Dexter Cumshooter and the Niplettes zou beter zijn geweest. Alles zou beter zijn geweest. De 3J’s. dat klinkt als een jeugdboek uit 1923. De olijke Vijf, de mieterse Vier, Nieuwe avonturen van de Dekselse 12, De 24 P’s trekken er op uit. Dat werk. De Kameleon, maar dan als bandnaam.

Zelf lijken ze er niet erg mee te zitten, de 3J’s. Mij lijkt het sociaal een lastige naam. Ook in je eentje blijf je een J.

De naam suggereert dat de de andere twee er even niet zijn. Dat is het gevaar van zo’n bandnaam. Saskia & Serge, als Saskia een weekendje alleen op stap gaat, dan zijn ze meteen aan het dreggen naar Serge. Voor eeuwig verbonden door die naam.

Ik zag de 3JS voor het eerst live optreden tijdens de lancering van het literair tijdschrift Torpedo. Tommy Wieringa was aanwezig en in een hoek van het cafe zat Henk Hofland heel erg Henk Hofland te zijn. Er waren veel dronken journalisten, verwilderde schrijvers die met een manuscript onder hun arm van tafel naar tafel wankelden en opeens kwamen daar drie frisse jongens binnen. Dat was even schrikken. Het bleken de 3JS te zijn.

In literaire kringen kijken ze niet op van zo’n naam. Daar lullen ze al sinds de Tweede Wereldoorlog over de Grote Drie. Die zijn inmiddels alle drie overleden, zoals dat met Groten gaat. De 3J’s hadden daar, in dat bomvolle cafe, de ondankbare taak om enkele liedjes te zingen over de zee, de wind door je haar en dat je die en die nooit meer ziet.

Binnen een minuutje hadden ze die hele cynische kroeg vol in zichzelf gekeerde schrijvende motherfuckers stil. De zanger maakte indruk. Goed, de metaforen waren hier en daar wat sleets en het ging niet direct over de dood of over onderduiken, de twee bekende thema’s in de Nederlandse literatuur, maar toch, hier hoorden we iemand zingen die lol had in het woordjes achter elkaar zetten.

Onder extreem lastige omstandigheden kregen de 3JS het vervelendste publiek van Nederland aan hun voeten. Tientallen egocentrische semi-literaire schrijvertjes stonden daar, voor het eerst in 20 jaar, een keer met hun bek dicht, te luisteren naar muziek. Gitaren, zang en beleving, meer was het niet. En het was genoeg.

Die 3JS staan vanavond in de halve finale van het Eurosongfestival en ik krijg alarmerende berichten door. Na de repetities hebben meerdere deskundigen de 3JS duidelijk proberen te maken dat de hele visuele presentatie niet deugt. Ze waren met zijn drieën. Dat is al niet goed. Als je de 3JS heet moet je op het Eurosongfestival met zijn 6-en zijn. Dan is het tenminste een naam met een knipoog.

Wat die jongens deden, heel intens hun liedje zo goed mogelijk zingen, dat kon natuurlijk ook niet. Het gaat er vanavond om dat ze op het goede moment onder het juiste lampje staan zodat een cameraman de derde J geinig door zijn benen kan filmen.

De 3JS verkeerden tot de repetitie in de veronderstelling dat het uiteindelijk om het liedje gaat. Dat is een misverstand. Het gaat om het decor, om de presentatrice en of die nog een tepel uit haar blouse gaat laten slippen, om de camerabewegingen en het gezwaai van vlaggen.

Dat laatste zit wel goed, zag ik tijdens de eerste halve finale. Als er ooit nog een derde wereldoorlog begint dat weten we zeker dat die is aangezwengeld door een van de nationalistische gekken in de zaal. Zwaaien met een vlag als er iemand uit Oezbekistan met zijn grijze sik tussen zijn trekharmonica zit, als je dat kunt, dan ben je ook in staat om iemand door zijn hoofd te schieten.

Ik vind het vanavond een boeiend kijkexperiment. Ik zag de 3JS ooit volkomen naturel op een piepklein podium staan en vanavond kan ik precies zien hoe erg de muziekindustrie dit bandje kapot heeft geluld.

Als de zanger vanavond ook maar 1 keer lacht in de goede camera en als de gitarist ook maar 1 keer net doet alsof gitaar spelen pijn doet, dan weet ik genoeg. Die zijn we kwijt. Voorgoed.

Lees meer over:

NUwerk

Tip de redactie