Juist in deze week van evaluaties, herbezinning, onderzoekjes en nazorg lees ik het bericht over de eerste mens die de ruimte in werd geschoten. Zo ging dat vroeger.  Door Nico Dijkshoorn.

De wereld stond in brand en dan lanceerde je in godsnaam maar iemand de ruimte in om de mensen wat afleiding te geven. Brood en spelen, dat idee.

Over die ruimtereis is 50 jaar later nieuws. Gagarin, de Russische astronaut, was 14 kilo te zwaar. Op een of andere manier gaf mij dat deze week veel kracht, iemand die 14 kilo te zwaar op zijn werk komt.

Juist in deze week, waarin we met duizenden mensen live kijken naar een verhoor over 8 flessen wijn en waarin geloofsgenoten over elkaar heen buitelen om aan iedereen die niet gelooft uit te leggen hoe prachtig het is om een levend dier met een gulden snede de keel door te snijden, komt het bericht over die 14 kilo overgewicht als een geschenk.

Ik zat er dicht tegen aan, een onredelijke woede over dat mierenneukgeneuzel. Ik had veel zin om in het wilde weg baarden van orthodoxe joden zonder verdoving uit hun kin te trekken.

Ritueel fundamentalistisch baardtrimmen, het is helaas een vergeten gebruik. Het ene moment sta je, net als een dier, vrolijk om je heen te kijken en een seconde later lig je opeens op je buik met een knie in je rug en voel je het haar om je keppeltje vliegen. Ik garandeer dat er niemand zal lijden. Ik trek het baardhaar er in kordate rukken uit en gebruik een milde after-shave.

Door dat prachtige nieuws is het er net niet van gekomen, mijn baardguerilla. Veertien kilo te zwaar arriveren bij een lancering en toch de ruimte in worden geschoten. In godsnaam dan maar, omdat het aftellen al was begonnen. Prachtig.

Ik loop daar nu al een paar dagen van te genieten. Ik probeer de situatie voor me te zien. Een heel kantoor vol ruimtevaartdeskundigen en dan de entree van Gagarin. Hij moet nog 1 keer worden gewogen voor hij de capsule in mag.

Een ouderwetse weegschaal met gewichtjes. Zo eentje waar je op stond als je naar de schooldokter ging. Gagarin in zijn onderbroekje. Dan het ongeloof. Hij is 14 kilo te zwaar. Hoe heeft Gagarin toen gekeken? Hoe stond hij op die weegschaal?

Zelf probeer ik mij zo licht mogelijk te maken op een weegschaal. Op de tenen staan. De buik inhouden. Het helpt geen reet, maar het lucht toch op. Je hebt er in ieder geval alles aan gedaan. Gagarin zal hetzelfde gevoel hebben gehad. Daar sta je, als de eerste mens die de ruimte in wordt geschoten, met 9 keer afhaal-chinees in je tummy. Ze hebben je gewaarschuwd, dat ieder onsje er een te veel is en toch heb je 5 keer chocoladefondue gegeten. Op 1 dag. Ik word enorm blij van dat beeld. Een geweldige mislukking.

Het is een cartoon. Mannetje op weegschaal, met een ruimtehelm onder zijn arm. Op de achtergrond een rokende raket. Iemand kijkt op zijn horloge. Een andere man belt. De tekst, in het ballonetje vlak boven zijn hoofd: “mag ik Sonja Bakker. Ja, het is dringend.”

Het is de onbeholpenheid die mij zo aanspreekt. De hele wereld kijkt mee, je gaat geschiedenis schrijven en dan een paar uur voor de lancering nog even snel zes bekers blanke vla naar binnen lepelen. De reactie van de technische leiding is ook weergaloos. Ze verwijderen vlak voor de lancering in godsnaam dan maar 10 kilo draden.

Alweer een cartoon. Astronaut zit in capsule. Kijkt angstig opzij. Mannetje naast hem knipt kabel los. Mannetje zegt iets. In het tekst-ballonetje vlak boven het knippende mannetje: “deze had je alleen nodig bij brand. Voorzichtig met roken. Succes!”

Dat is het, denk ik. Vijftig jaar geleden deden ze maar wat. Op hoop van zegen. Die evaluatie kwam 50 jaar later wel. Daarom snap ik goed waarom Erica Terpstra ergens in januari 2014 samen met o.a Armin van Buren de lucht in wordt geschoten. Gagarin brengt, met terugwerkende kracht, de ruimtevaart binnen het bereik van de iets dikkere mens.

Opnieuw een cartoon. Mannetje met zwart hoedje op en met ruimtehelm onder zijn arm. Ander mannetje controleert een enorme kist naast mannetje met zwarte hoed. In tekst-ballonetje: “Sorry meneer Hazes, maar u hebt 1 kratje te veel bij u.”