Ok, als ik jullie allemaal Baard mag noemen, Baarden hier om mij heen, wij van de Nederlandse politie vinden het een eer dat wij jullie hier in Afghanistan mogen opleiden. Door Nico Dijkshoorn.

Deze Baard naast mij zal alles vertalen wat ik jullie vertel. Beste Politiebaarden, wat wij in Nederland heel belangrijk vinden is dat jullie de dag met een lach beginnen. Dan heb je de helft al binnen.

En of je nu in Nederland zit of hier, dat maakt niet uit. In Nederland sta je ‘s ochtends op, je kijkt naar buiten en het regent. Daar kan je dan over gaan zitten zeuren, maar dat neem ja qua attitude allemaal mee naar je werk.

Zo is dat bij jullie ook. Je kunt wel iedere ochtend je kinderen gaan zitten tellen en gaan zitten janken omdat je er alweer eentje mist, maar daar wordt niemand vrolijk van. We verliezen allemaal wel eens wat. Ik hoor bijvoorbeeld net dat Ajax weer heeft verloren.

En hoe sta ik er hier bij? Precies. Ontspannen. Vrolijk. Probeer dus, Baarden, om met een goed humeur op je werk te komen. Maar hoe, zullen jullie vragen. Dat zal ik jullie vertellen. Wij in Nederland zeggen bijvoorbeeld, op maandagochtend als we op het bureau komen: ‘zo mannen, dit weekend nog lekker de zak leeggeschud?”

Dan is er even een lachmomentje en daarna ga je veel lekkerder de straat op. Is er nog niet genoeg sfeer dan kan je altijd nog zeggen: “moeders de vrouw had gele lingerie gekocht. Het was alsof er een wielklem om me heen zat.” En daarna lach je. Met slaan op je dijen. Probeer het allemaal maar even, tenminste, de Baarden hier die nog knieën hebben.

Ik wil het vanochtend vooral met jullie hebben over aanspreken. Over gesprekstechnieken. Het is ons in Nederland opgevallen dat jullie hier maar wat aanklooien. Dat is jammer, want je kunt met hele eenvoudige middelen een gesprek beïnvloeden. Dat heet positieve feedback geven. En nee, helaas, bermbombaarden, dat betekent niet dat jullie je voeten terug krijgen.

Laten we eens kijken hoe jullie hier een stuk communicatie kunnen implementeren. Ten eerste, en neem dat nou van ons aan, is het zinloos om tijdens het praten op je voorhoofd te slaan. Dat leidt af. Er gaat dan een stuk boodschap verloren. Wij in Nederland zien jullie, van de Afghaanse politie, meestal pas in beeld verschijnen als er iets is ontploft. En dat ziet er niet fijn uit, die koppen van jullie.

Kijk even mee allemaal mee naar wat archiefbeelden. Hier zien we de markt, net na de ontploffing. Het bekende werk. Schreeuwende vrouwen, stukken lichaam, een pondje tomaten in een afgerukte hand, het geluid van sirenes, 90 schreeuwende baarden met een vuist boven hun hoofd.

Niks nieuws. Amerika heeft het gedaan, blah blah blah, hare hare, hare krishna, holle hakkenbar. Dat is allemaal vertrouwd. Maar nu komt het. Wie zien we daar, een kwartier na de ontploffing, opeens met draaiende ogen en een paniekhoofd rechts in beeld verschijnen? Juistum, de Afghaanse Politie.

Dat kan allemaal veel beter. Verberg die paniek. Laat nooit zien dat je het ook allemaal niet meer weet. Je kunt twee dingen doen: schreeuwend van angst je politietulband in de fik steken of je gedragen zoals een Nederlandse politieman. Doe net alsof je alles onder controle hebt.

Ga in de rook staan, doe een wattenstaafje omhoog en zeg dat er geen gevaar is voor de Afghaanse Volksgezondheid. Duw mensen weg. Dat staat altijd goed. Het maakt niet uit wie je duwt of waar je ze naar toe duwt, mensen vinden dat nu eenmaal een vertrouwenwekkend beeld, agenten die mensen ergens vandaan duwen. Sla af en toe iemand met een knuppel achter zijn oor.

Heel belangrijk is dat je, als er wordt gefilmd, met een collega tegen een muur leunt en een bak koffie drinkt. Je neemt allebei een slok. Daarna lach je. Dat vinden mensen fijn. Na een ramp willen Nederlanders graag politiemensen zien die gewoon doen wat ze bij de bewaking van de vierdaagse zouden doen. Dat geeft rust. Draag geen, ik herhaal, draag geen witte pakken. Dat vinden mensen eng. In de Bijlmer hebben we dat 1 keer gedaan en ze lullen er nog over.

Morgen behandelen we de Nederlandse wij-vraag techniek. Rustig op een Taliban-terrorist aflopen, aan het bomvest voelen en zeggen: “Zo meneertje. Waar dachten wij helemaal naar toe te gaan.”