Er is nogal wat ophef ontstaan over een Brutale Inbraak. Ik las het bericht deze week op NU.nl. “Dieven hebben zondagavond in Utrecht wel op heel brutale manier een inbraak gepleegd. Ze namen een televisie mee waar een echtpaar op dat moment naar zat te kijken, zo meldde de politie maandag.” Door Nico Dijkshoorn

Wat ik vreemd vind, is dat iedereen dit als brutaal ervaart. Dan blijf je dus heel ouderwets uitgaan van het idee dat jij, als bewoner van het huis, in het buitenland moet zijn, als de inbreker toeslaat.

Ik vind dat ouderwets. In iedere beroepsgroep wordt er meegegroeid met de burger. Politici doen niet anders. Je kunt in de 2e kamer gaan zitten ouwehoeren, maar juist de nieuwe politici begrijpen dat je naar de mensen toe moet. Nu wordt nog heel hysterisch gedaan over dat brievenbuspissen van PVV’er Lucassen, maar eigenlijk is die man een pionier.

Meer politici zouden hun eikel aan het volk moeten laten zien. Een mooi, menselijk gebaar. Iemand een roos in zijn handen duwen, of een kokend hete beker tomatensoep op laten drinken, dat kan dan wel, maar als je die heerlijke geur van asperge-ochtendurine wilt delen met je kiezers, dan lig je meteen onder vuur.

Het zit in ons, de weerzin om te veranderen. We houden graag vast aan oude gewoontes. Inbreken, vinden wij, dat doe je in een zwarte coltrui met een zak rinkelende spullen op je rug. Eventueel met een nummer op je borst. Inbrekers sluipen ook altijd, met hun rug tegen de muur. Als ze met zijn tweetjes zijn, dan gebaren ze naar elkaar.

Inbrekers zoeken naar juwelen, luisteren met hun oor aan een brandkast naar de juiste cijfercombinatie en verlaten het huis, ook als de voordeur gewoon openstaat, aan aan elkaar geknoopte lakens. Om het echt op een klassieke inbraak te laten lijken gooien ze nog wat meubels om en leggen ze papieren door het hele huis, zodat de bewoners aan iedereen kunnen vertellen wat iedereen na een inbraak vertelt: “het ergste is het idee dat er iemand in je huis is geweest. Je voelt je vies. Verkracht.”

Dat is het ergste van een inbraak. Dat een vreemde heeft gezien waar jij zit te eten. Dat je na een inbraak, steeds als je een vork pakt, denkt: hier heeft de inbreker misschien aan staan ruiken, of het wel echt zilver was. De inbreker nestelt zich voorgoed in je hoofd. Nooit lees je meer zo fijn een krant op het toilet als voor de inbraak.

Doodstil zit je op je potje, doordrongen van het idee dat de inbreker misschien ook met zijn broek op zijn schoenen jouw bril warm heeft zitten kakken. Hij heeft de knipsels gelezen die jij op de deur hebt hangen.

De inbrekers in Utrecht zijn door-geëvolueerde inbrekers. Sociale jongens, dat weet ik zeker. Juist door in te breken als de mensen thuis zijn, geef je ze de kans om eerder tot acceptatie te komen. Je hoeft niet te fantaseren hoe de inbraak is verlopen. Ze hebben niet heel hard staan lachen om je schilderijen en ze hebben niet hun snor bijgeknipt in jouw spiegel. Nee, je weet precies hoe het is gegaan. Je nam een paar borrelnootjes, er reed iemand op een scooter je kamer binnen, je hebt hem wezenloos gegroet en weg was je televisie.

Dat is eerlijk inbreken. Je weet in ieder geval dat ze niet in je keuken aardappels hebben staan opbakken. Inbreken krijgt op deze manier een prettige Western-feel. Als in een cowboyfilm een deur openzwaait, dan staan ze al met hun handen boven het hoofd. Fuck, de zesde overval alweer die dag. Als iemand op een dak staat vind je dat niet vreemd. Dat is omdat hij er afgeschoten kan worden.

Zo is het met het moderne inbreken ook. Fijn is het niet, maar je weet wel waar je aan toe bent. Het is gewoon even wennen, maar binnenkort weten we niet beter. Daar sta je in je blote kont de inbrekers na te kijken die je vlak daarvoor uit je zonnehemel hebben geschud. Je neemt ze niets kwalijk. Ze denken met je mee.