Nu schrijf ik toch al een tijdje voor NU.nl, maar nog nooit las ik de rubriek Lifestyle. Ik weet ook niet wie de berichten schrijft. Dat is het voordeel van online columns schrijven: je hoeft niet 1 keer per jaar met elkaar te bowlen. Door Nico Dijkshoorn.

Werkte ik nog bij de Volkskrant, dan zat ik tussen Aaf Brandt Corstius en Sylvia Witteman te steengrillen. Of ik schoot Ronald Giphart twee keer per jaar, vanaf een halve meter afstand, een patroon rode verf op zijn brillenglazen, tijdens het Volkskrant-paintball uitje.

Lifestyle, past dat wel bij mij, vroeg ik me af. Ik dacht eerst van niet. Het is helemaal niet in mijn economisch belang dat ik mij in lifestyle verdiep. Ik moet mij als een fossiel schrijvertje gedragen.

Een beetje met een verwarde kuif langs de kade in Rotterdam lopen, met een blocnote in de hand, of voor mij uit kijken met een kat op schoot, dat werk. Of met een shawl om mijn nek de natuurlijke habitat van de Veluwe-indiaan bestuderen, zoals Arthur Japin.

Ik ken maar weinig schrijvers die een beetje Lifestyle goed kunnen hebben. Tommy Wieringa is er een van. Niemand draagt vanzelfsprekender een kalfslederen pet. Leon Verdonschot, waar ik nu mee optreed in een theatershow, ik kijk op het toneel bijna de helft van de tijd, op een stoeltje vlak achter hem, naar zijn broeken en zijn shirts en dan valt opeens dat geraffineerde, wat scheef genaaide, zoompje op.

Als je iedere dag je hoofd kaal scheert, dan ben je al automatisch van de Lifestyle, denk ik.

Ik heb de rubriek net wat doorgescrold en ik ben helemaal om. Lifestyle, het is me op het lijf geschreven. Wat een goed nieuws allemaal. Dingen die je normaal nergens leest. Onterecht. Het eerste bericht was meteen al raak: Spaanse prostituees voortaan in reflecterend hesje.

Zitten wij hier in Nederland te emmeren over het dubbele paspoort en de gezondheidszorg. Je schaamt je bijna als je leest hoe voortvarend die Spanjaarden grote problemen aanpakken. Dit komt misschien net op tijd. Ik heb in Spanje al zo veel slecht verlichte hoeren aangereden. Als herten rolden ze over de voorkant van mijn auto.

Spaanse hoeren hebben de onbedwingbare neiging om, gestoken in donkere kleding, gebukt op de snelweg te gaan staan. Je ziet ze pas als je ze raakt. Op een gegeven moment begon ik ze te herkennen aan de klap.

Als ik Carmen Delite aanreed hoorde ik die 140 kilo Spaanse doorregen Serrano-ham met rijglaarsjes keihard tegen mijn koplampen aan kletsen. Dat kon zo niet langer. Nu moeten ze allemaal verplicht lichtgevende vestjes dragen.

Mijn eerste reactie: als klant lijkt mij dat niet ideaal, dat ze je op zeventig kilometer afstand de dubbele flipstand zien doen. Het gaat, ben ik bang, toch voelen alsof je met iemand uit Tsjernobyl ligt te rommelen. Lichtgevende vesten en seks, dan kan je net zo goed een stadswacht of een suppoost op je laten kruipen.

Ik vind het voor de Spaanse dieren, zoals de Cunjo Batalios en de Mujito Cannibalis, een heel vervelende maatregel. Die trekken weer aan het kortste eind. Zo gemakkelijk. Voor dieren die tegen auto’s aan willen hollen, daar rossen we gewoon wat wildroosters voor in de grond. Terwijl je ook kunt zeggen, laten we die dieren ook lifestylen. Een roedel herten met gesponsorde, lichtgevende hesjes aan, hoe mooi zou dat niet kunnen zijn?

Ik verheug mij vooral heel erg op alle ANWB-leden die deze zomer braaf in een lichtgevend vest, met hun kont omhoog, een wiel staan te vervangen. Opeens krijgen ze 30 euro in hun hand gedrukt, de korte gil en daarna lekker uren lang duidelijk zichtbaar voor andere weggebruiker een potje chorizoworstelen met een tandeloze Spanjaard.

U weet hoe ik er over denk: je kunt ANWB leden niet hard genoeg aanpakken. Spanje lijkt daar nu een hele aardige oplossing voor te hebben gevonden.