De bevrijding

Mensen die vastzitten onder de grond bewijzen ons een dienst. Het maakt ons leven zoveel mooier. De laatste keer dat Nederland massaal opbleef om live televisie te kijken moet in de jaren ’70 zijn geweest. Door Nico Dijkshoorn

Samen met je vader kijken naar een bokswedstrijd. Het enorme geluksgevoel als je wakker werd gemaakt. Je ging naar iets kijken waar mensen aan de andere kant van de wereld heel opgewonden van werden.

Met Mohammed Ali wist je ook nog eens dat je binnen een paar minuten weer in je bed lag. Knock out in de eerste ronde.

Mensen worden erg blij als er iemand op een fotogenieke plek tot zijn nek vastzit in een rotsspleet. Het fijnst is het als het slachtoffer kan zwaaien of kan spreken. Dat ziet er net even leuker uit. Ik herinner mij een inmiddels overleden meisje dat ons, met het water letterlijk tot aan de lippen, iedere dag even toesprak.

Het ging niet goed met haar en ze hield erg veel van haar ouders. Daar stonden 63 fotografen omheen en enkele televisieploegen. Een nieuwe rage. Geen slow cooking, maar slow dying.

Mensen die wekenlang, levend van schapenmaag en berggras, uitgemergeld tegen een bergwand hangen en dan worden bevrijd, we zijn er dol op. Vaak wordt in de reddingshelikopter al het contract getekend voor het binnen een maand te verschijnen boek. Het is een beetje als met Jezus Christus. Ook hij leed voor ons en liet er een pakkend sprookje over schrijven.

Eergisteren zag ik Ingrid Betancourt met haar boek bij Pauw en Witteman zitten. Zij werd jarenlang door leden van de FARC gevangen gehouden in de jungle. Vooral de beelden van de bevrijding fascineerden mij. De weerloosheid van Ingrid en al die juichende mensen eromheen. De bevrijding vieren als een feest.

Je zag aan het gezicht van Betancourt, twee dagen geleden bij Pauw en Witteman, dat haar bevrijding pas over heel veel jaren zal plaatsvinden of helemaal nooit. Zij klonk, als zij voorlas, als iemand met levenslang. Wij mogen meekijken hoe ze dat ondergaat. Dat is ze aan ons verplicht want wij hebben haar eigenlijk ook een beetje gered.

Nee, dan de mijnwerkers. Die hebben, gadegeslagen door de hele wereld, ontspannen bijna drie maanden voetbal zitten kijken. Ze hebben een nieuwe collega leren klaverjassen. Zouden ze hier in Nederland onder de grond hebben gezeten, ik denk dat Dries Roelvink zich met zijn blote handen er naar toe had gegraven. Als er ergens een camera-lampje gaat branden hangt hij met zijn kop ervoor. In Chili zijn de mijnwerkers inmiddels nationale helden.

Ik heb net de beelden gezien en het was misschien wel de gezelligste bevrijding ooit. Alles klopte. De capsule waar de mijnwerkers in moesten plaatsnemen zag er precies goed uit. Een soort jaren zestig Batman lulligheid. Een gaatje waar mensen uit kruipen. De reddingscapsule was niet van aluminium, maar alsof ze hem uit oude metalen reclameborden in elkaar hadden gefabriekt. Dat beviel mij wel, dat het er niet te high-tech aan toeging in Chili. Ik vind het zelfs iets te modern.

De bevrijding werd gevierd met gesponsorde zonnebrillen voor de ogen. Goed gedoseerd werd door de regie af en toe een kind of een vrouw het beeld in geduwd. Er mankeerde niets aan, deze bevrijding. Iedereen die naar een bevrijding kijkt, zit eigenlijk naar zichzelf te kijken. Wat zou het heerlijk zijn, als mensen jou eens zo begroeten.

Het is live-drama met een te voorspellen afloop. Mensen kunnen niet tegen bevrijdingen met veel camera’s erbij. De Chileense mijnwerkers zullen binnen drie jaar helemaal naar de kloten gaan. Ik schat dat 80 procent van de geredde mannen binnen een maand met een nieuwe blonde vrouw door Chili wandelt.

Ze zullen elkaar tegenspreken in verschillende boeken. Een paar zullen de politiek ingaan. Zo gaat dat. Als je wilt dat er over je geluld wordt, verdwijn dan, op wat voor manier dan ook, onder de grond.

NUwerk

Tip de redactie