Een Joodse boom

Ik ben net terug van vakantie en ik zie dat u het niet makkelijk hebt gehad, hier in Nederland. Er zijn bomen omgewaaid. Ik geef toe, dat is hartverscheurend. Er ligt iets dat eigenlijk hoort te staan. Bij dronken mensen heb ik het bijvoorbeeld niet. Vertrouwd, zo zou ik het bijna willen noemen. Door Nico Dijkshoorn.

Er zijn meer dingen die ik graag zie liggen. Een tochtworst bijvoorbeeld, gemaakt door je oma en iedere keer als ze op visite komt sta je vloekend te zoeken waar je dat kutding achter in een kast hebt gefrommeld.

Liggende dieren, ook heel fijn. Behalve bij reigers. Die zie ik niet graag liggen. Je hebt dat met reigers die veel worden gevoerd. Doe je het raam open en dan liggen ze met hele kolonies tegelijk vlak voor je op een grasveld te wachten tot je wat in die bekken stopt.

Een onsje ijzervijlsel en een sterke magneet door laten slikken is meestal afdoende. Dan kunnen ze meestal opeens weer staan.

Bomen liggen het zieligst. Al die moeite voor niks. Aan de jaarringen zie je dat ze in de 17e eeuw nog een kleine brand hebben doorstaan, en daar liggen ze dan, omver geblazen door een rukwindje.

Omgewaaide bomen verstoren op een prettige manier al onze zekerheden. Het ene moment moet je nog maar vier maanden aflossen van je ongeveer 30.000 euro te dure auto en het volgende moment zucht er een boom dwars door de carrosserie. Dat is goed. Een omwaaiende boom maakt je weer even attent op het toeval. Het geeft een prettige ruk aan je hersenen.

Vergelijk het maar met een bejaarde vrouw die bij de kassa op de transportband gaat staan en moonwalkend eerst een nummer van Nirvana zingt voordat ze zich met een geweer door het hoofd schiet. Je verwacht het niet, achter haar in de rij met een kar vol euroknallers, maar prettig is het wel. Je kijkt opeens anders.

Zo is het ook met omwaaiende bomen. Als je ergens op vertrouwt zijn het wel bomen. Ze lieten in zich klimmen. Ze waren samen bos waar je met je vader doorheen liep. Ze lieten harten in zich snijden. Ze ruisten in de tuin als je alleen thuis was. Als dat opeens ligt sta je naar je eigen rottende lichaam te kijken. Broos ben je. Je wist het al, maar nu helemaal.

Dat snap ik allemaal, dat soort boomgevoelens. De boom van Anne Frank snap ik minder. De emoties die loskwamen toen deze joodse boom omviel, deden wat fundamentalistisch aan. Alsof deze boom voor eeuwig al het joodse leed in zich droeg. Het is ook een beetje vragen om moeilijkheden als je dat soort symbolen kiest.

Als ik het goed begrijp is het voor rouwende joodse boomfetisjisten heel belangrijk, dat Anne Frank ooit naar deze boom keek en hem zelfs in haar dagboeken beschreef. Het is een andere boom geworden omdat wij ooit besloten hebben dat Anne Frank staat voor De Onschuld en De Vertrapte Hunkering naar Schoonheid.

Ik vind dat al deze mensen de omgewaaide boom onrecht aandoen. Sterker nog, ik denk dat zij hem zelf hebben gekapt. Met hun hoofd. Al het leed van de wereld is jaren lang, dwars door de gevels van het Anne Frank huis, vanuit de hoofden van miljoenen toeristen, dwars door de bast van de boom getrokken. Iedere bezoeker van het Anne Frank huis heeft van deze boom meer gemaakt dan het was. Een symbool.

Het is niet Anne die zo over hem schreef. Het zijn de mensen die Anne blijkbaar nodig hebben om Het Kwaad te duiden. Deze mensen hebben Anne de boom juist afgenomen. Als je een boom nodig hebt om leed te begrijpen, dan krijg je dit. Dan slaat een boom terug.

Het is goed dat hij is omgewaaid. Over een half jaar is hij verwerkt in 160 geinige tuinstoelen van Leen Bakker. Er zal over een jaar iemand in zitten die iets moois denkt. Dat moet genoeg zijn.

Tip de redactie