De laatste dagen doe ik iets nieuws. Ik leg mensen ongevraagd van alles uit. In winkels. Bij bushaltes. Bij pompstations. Overal eigenlijk. Het is, nu ik er over nadenk, een manier van vooruit verdedigen. Door Nico Dijkshoorn

Alles beter dan het omgekeerde, dat ik in een winkel sta en mensen tegen mij beginnen te lullen. Het is mijn wraak. Jarenlang heb ik in de rij, bij zwembaden, pretparken, de bioscoop etc. naar verhalen staan luisteren en nu is het klaar.

Hoe vaak heb ik niet in het afhaalgedeelte van een Chinees Restaurant zitten luisteren naar hun gekwek over de kleinkinderen. “En dan bellen ze me ‘s avonds op en dan zeggen ze, Omie, want ze noemen me Omie, ha Omie zeggen ze dan, we hebben op school getekeld.

Hahahaha. Getekeld. Dat woord bestaat niet maar kinderen zeggen het gewoon. En dan verbeter ik ze niet. Dan zeg ik bijvoorbeeld, oh ja jongen, Omie heeft net gescheteld. En dan lachen!! Lachen dat kleine spul. Kijk dit is Jasper, dat is de tweede van mijn middelste dochter. Dat is me een doerak.”

En daar zit je, wezenloos met een tijdschrift in je handen naar de foto van een overbelicht lelijk kind te kijken. Ogen als viskommen. Een hangende mond in het scheve hoofd gesoldeerd met vloeibare ontbijtkoek. “Hij heeft mijn ogen zegt iedereen. Dan voel ik aan mijn ogen en dan zeg ik: nee hoor, ik heb ze nog gewoon. Haha. Ja , ik ben een heel gek mens.”

Nog maar enkele weken terug knikte ik dan. Omie was een gek mens met een lelijke kleinzoon. Een jongen die lekker tekelde, Later zou hij waarschijnlijk net zo dom gaan pratelen als Omie. En dan zou er weer iemand als ik naar zitten luisteren.

Zo gaat dat al eeuwen. De een praat, de ander luistert. Ik draai dat nu om en het bevalt goed. De tegenstander verwarren en niet aan het woord laten komen, het werkt als een trein. Het kan overal.

Mijn eerste verbale guerrilla vond plaats in een groentewinkel. Ik ben achter in de rij gaan staan, voelde het moment naderen dat er iemand vlak achter mij over het openbaar vervoer, negers in het algemeen, de economie of de te late bezorging van de ochtendkrant zou beginnen en counterde toen keihard.

“De Granny Smith is een harde, groene appel, die zijn ongekende populariteit dankt aan de kenmerkende frisheid. Het is echt een dooreet-appeltje, een appel waarvan je zegt: ja, appel, jij doet er toe. Een emotioneel appeltje, met een steeltje dat je doet huilen zo lief, want daar hingen ze mee aan een boom."

"De band tussen boom en appel is nooit bewezen, maar het schijnt dat sommige Granny Smith appels 700 kilometer lopen en dan precies de boom herkennen waar ze ooit aan hingen. Granny Smits appels hebben een prettige bite. Geen lullig appeltje, zoals de Elstar. Dat is een arme mensen appel."

"Die geven ze aan blinde mensen met een nierziekte, als het toch allemaal niks meer uitmaakt. De appel is vernoemd naar Oma Smit, een inwoonster uit Beekwolde, die iedere zaterdagmiddag om precies 3 uur een groene appel bij een voorbijganger op het achterhoofd smeet. De Granny Smith heette toen nog gewoon Groene Appel.”

Meestal heb ik ze dan wel stil. Het werkt altijd, de Wikipedia Terreur Monoloog. Feiten dreunen. Of ze willen of niet. Mij hebben ze het ook nooit wat gevraagd. In de rij bij de bioscoop: “Inception was oorspronkelijk een script van Atte Schuimbavel, en speelde zich af in Knegteren. Dat vonden ze in Hollywood niet geil, dus dat is Parijs geworden."

"Het gaat over dat je dingen droomt en dat je dan naar een tweede niveau gaat en dat je dan zegt, ach, kan mij het rotten, ik ben er nu toch, ik pak nog een niveautje dieper, en dan zitten ze dus bij mensen in hun slaaphoofd en bij Atte Schuimbavel was dat om geheime informatie over de receptuur van de perfecte kippensoep uit de hersenen te trekken, maar dat hebben ze ook veranderd.”

De fijnste verbale tsunami tot nu toe, was op de plek waar ik het meest naar domme lulverhalen heb zitten luisteren. De wachtkamer bij de dokter. Twaalf beetje zieke mensen om me heen en ik onafgebroken aan het woord. “Wat gebeurt er nu eigenlijk met ons lichaam als we dood zijn."

"Dat ligt een beetje aan de aarde waarin we liggen te rotten. Maar rotten doen we. Ja, kunt u allemaal vies kijken, maar die kipfilet die we op het aanrecht vinden, als we net drie weken op vakantie zijn geweest, dat zijn wij mensen. Maar dan groter en niet alleen de filet. Het rotten begint meestal al tijdens het leven. In je mond. Maar dat hoef ik u niet te vertellen.”