AMSTERDAM - De restaurantspeculant Sjoerd Kooistra is deze week dood in zijn huis gevonden. Ik dacht eerst: waarschijnlijk iets gegeten in een van zijn eigen restaurants. Door Nico Dijkshoorn.

Ik vermoedde een heroïsche horeca-dood. Midden in je kamer worden gevonden, met zalmkleurig schuim om je mond en in de keuken een frituurpan vol vlammetjes, die al zes uur op 200 graden staat te loeien.

Het ligt allemaal net even anders. Heineken heeft hem vermoord. Althans, volgens een vriend van Kooistra, de advocaat Oscar Hammerstein.

Een bekend staaltje Nederlandse sterrenadvocatuur. Horen dat je vriend dood is, je in een zo voordelig mogelijk pak hijsen en dan voor zoveel mogelijk camera’s verklaren dat de bierbrouwer Heineken heeft lopen moorden.

Het is de bekende mix tussen mediageilheid en het steeds maar weer zoeken naar de meest mediagenieke zaak. Hammerstein heeft er, als vriend van Kooistra, alle belang bij dat wij Heineken als een persoon zien. Een bedrijf dat met een wit slagersschort vol met bloed door een villa zwerft. Van zo iemand is het lastig houden en dat komt Hammerstein goed uit.

Gretig, zo zou ik de verslaggeving na de zelfmoord willen noemen. Het rusteloze gezoek om het huis, de verzamelde pers, geruchten over een afscheidsbrief en uiteindelijk Hammerstein, die net op tijd iets roept, zodat het in de ochtendkrant meekan.

Die enorme honger naar fijn nieuws over een zelfmoord onder verdachte omstandigheden, midden in die doffe ellende rond de formatie. Eindelijk eens geen gelul over voetbal. Een echte dode.

Ik herken het, de bierbrouwer willen zien als een persoon. Iemand die je op je rug slaat en je een koud biertje aanbiedt. Heineken zet zichzelf graag zo neer in reclames.

Heineken is een leuke man die vrouwen dom vindt. Als Heineken een persoon is, dan denk ik te weten waar Heineken vlak na de zelfmoord van Kooistra over heeft gedroomd. Over een geinige Heineken domme vrouwen-commercial.

Kooistra op een stoel met een touw om zijn nek, en wie komt er binnen, een vrouw. Vrouwen komen altijd een beetje dommig lachend binnen in een reclame van Heineken. Dat is een wet.

De vrouw loopt op Kooistra af, kijkt bezorgd naar de situatie, bukt zich en trekt de stoel onder zijn voeten vandaan. In een volgend shot zien wij alleen de bungelende voeten van Kooistra en op de achtergrond staat de vrouw op de stoel de ramen te lappen. Hoera, ze kan nu bij het bovenste raampje.

Bijna net zo leuk als de man van Centraal Beheer, die zich met een wachtende vrouw en een kind, begeleid door een vrolijk muziekje, in een ravijn rijdt. Daddy Cool, maar ook Daddy Dood. En toch lachen we ons gek, want dom doodgaan is leuk.

Hammerstein valt Heineken op het verkeerde moment aan. Jaren geleden had hij zo’n beetje alle bierbrouwers in Nederland moeten attaqueren. Namens alle vrouwen in Nederland. Als Heineken een persoon is, dan is het een man met een broek vol opgedroogd zaad. Een man die met zijn vrienden al jaren achter elkaar heel hard staat te lachen om domme vrouwen.

Vrouwen worden in commercials van bierbrouwers standaard neergezet als gillende, achterlijke, goedgelovige infantielen die vooral blij zijn met geile oranje jurkjes, die staan te gillen van geluk in een inloopkast, die niet begrijpen dat hun man naar Zuid-Afrika op vakantie wil omdat daar het WK wordt gespeeld, die een tatoeage op de arm van hun man interpreteren als een gedicht terwijl er “vier bier” op staat, als mensen die graag met vriendinnen samen op een bank naar Wedden Dat kijken en als wezens die graag hun tepels op laten stijven door een walking fridge.

De laatste commercial werd door Heineken nooit uitgezonden. Harde tepels, dat gaat te ver, maar in bijna iedere commercial de vrouw afschilderen als een zwakzinnige, dat is blijkbaar prima.

Ik ben het niet met Hammerstein eens. Heineken is geen moordenaar. Maar wel een gewetenloze seksist.