Een nadeel van schrijven over vogels voor NU.nl is dat veel mensen mij, niet helemaal ten onrechte, zijn gaan zien als een autoriteit op vogelgebied. Door Nico Dijkshoorn.

Ik sta de laatste tijd eigenlijk iedere week wel één of twee keer per week in een zaaltje een compacte, met dia’s verlevendigde, lezing te houden over een geinig uitheems vogeltje.

Ik spreek bezeten over het baltsgedrag van het Vloerruikeltje, de geur-signalen van de Roef of vertel gewoon los uit de pols een verhaal over wat bekendere vogels zoals het Luikgeeuwertje, het Dadelzuigertje, de Schuimbek of de graag geziene wintergast het Tuindopje, een vogel met vreselijk veel humor.

In zo’n zaal, tijdens de lezing, hangt een rustige, goede sfeer. Een vogelsfeer. Lekker met een bak water op schoot en je kop een beetje schuin, samen naar vogelverhalen luisteren, mooier is er eigenlijk niet. Vogelliefhebbers zijn de aangeklede nudisten van Nederland.

Leuke, vreedzame, gezellige mensen, die vol kunnen schieten van een Knoopluitje. Daarom is het ook zo jammer dat deze rust de laatste dagen wordt verstoord door dat gore vogeltuig uit Alkmaar.

Baltimoretroepiaal

U hebt het waarschijnlijk wel ergens gelezen of gezien, er is een Noord-Amerikaanse vogel gesignaleerd in een Alkmaarse achtertuin. Het gaat hier om de Baltimoretroepiaal, een vogel die, zoals de naam al doet vermoeden, veel voorkomt in Detroit.

Op zich is dat niet bijzonder. Ik heb twee jaar geleden nog 46 pasgeboren Clevelandtroepialen met vermalen pinda’s en kandijsuiker de winter door geloodst. Zoiets doe je gewoon. Je geeft daar als troepiaal-liefhebber liever geen ruchtbaarheid aan. Het is je plicht. In Alkmaar denken ze daar heel anders over.

Beelden

Ik heb net naar de beelden zitten kijken en het verbaast me niet eens, die ontaarde, door de stad hollende kluit vogelschnabbelaars. Dat weet je met inwoners van Alkmaar. Die gaan heel hard hollen als ze iets zien wat ze niet begrijpen.

Net als met kaas. Je kunt, als weldenkend mens, je wang op zo’n kaas leggen, proberen de ziel van de kaas te begrijpen. Je kunt de kaas zich laten manifesteren in zijn eigen tijd en ruimte. Genieten van het wonder dat rijping heet. Alkmaarders begrijpen dat niet. Als die een kaas zien willen ze er mee gaan hollen. In witte pyjama's.

Twee weken geleden was ik toevallig boodschappen doen in een Alkmaarse supermarkt. Om gek van te worden. Hollen ze de hele dag door de gangpaden met een camembert onder hun arm. Ze weten niet beter.

Dom hollen

Alkmaarders hollen graag. Dom hollen, noem ik het. Bouw een roze kasteel ergens langs de snelweg, zet er drie letters bovenop, DSB, en ze trekken massaal uit hun huizen om hoog huilend met al hun spaargeld om het gebouw heen te cirkelen.

Zet 35 hele lelijke inbouwkeukens naast elkaar in een showroom en Alkmaarders staan binnen twee minuten met hun wang tegen het raam van de showroom. AZ, ook zoiets.

Onder de discipline-beul Louis van Gaal holden de spelers 1 seizoen lang even allemaal de goede kant op, maar nu moet Stijn Schaars na een thuiswedstrijd van AZ af en toe uit een bos in Zeeland worden opgehaald. Laat je in het stadion per ongeluk een deur openstaan, dan holt de hele selectie schuimbekkend de snelweg op.

Zonde

Eeuwig zonde dus, dat de Baltimoretroepiaal uitgerekend in Alkmaar is geland. In iedere andere gemeente zou men deze vogel met respect hebben behandeld. Nu staan er permanent zo’n stel wilsonbekwame kaasdravers naar hem te loeren.

Over twee dagen zal hij waarschijnlijk zijn doodgekeken. Maar dat kan die gekken van de Alkmaarse Vogelvierdaagse niets schelen. Alles wat even tijdelijk landt of stilstaat in die gedoemde gemeente wordt geannexeerd.

Zo gaat het al eeuwen. Ik hoef u alleen maar te wijzen op het lot van de Ruigkoet. Precies, nog maar een jaar geleden landden er 100-en in het centrum van Alkmaar en nog maar 8 dagen geleden is de laatste kapot gehold. Zo zal het ook deze troepiaal vergaan.