Door de dood van Ramses Shaffy ben ik op mijn hoede. Ze kunnen ieder moment aanbellen en me vragen wat ik van hem vond. Door Nico Dijkshoorn.

Nog drie dagen en dan heeft, volgens Maurice de Hond, 87% van de Nederlanders op een of andere manier voor een camera herinneringen opgehaald aan Ramses. Dat levert een steeds gevarieerder beeld op. Ramses blijkt bijvoorbeeld jaren lang haringen te hebben gekaakt in Zeewolde.

Zijn oude baas vertelt er over. “Dan kwam hij hier binnen en dan zat hij nog helemaal onder het zaad. Wij wisten niet beter. Iedereen hield van Ramses, zeggen ze. Nou dat klopt wel. Hij klopte het van zijn kleding, het zaad en dan deed hij het in plastic zakken. Dat werd volgens hem later dan veel geld waard. Wij lachen. Nou ja, er is net nog gebeld. Ik kan het kwijt voor 400 euro per ons. Maar verder geen kwaad woord over Ramses. Hij was altijd op tijd. Daar was hij heel principieel in. Dan kwamen mijn andere haringkakers binnen en dan stond hij zijn haringlaarzen al aan te doen. Zingend ja.

Hij verzon de hele dag door teksten. Dat was toch zijn kracht. Gewoon maar in de rondte slingeren wat er voor zijn mond kwam, een beetje met zijn ogen rollen en daar liepen in Amsterdam later de zalen voor vol. Ik heb het nog wel eens opgenomen, op een oude bandrecorder. Dat was al zo puur. Ik herinner nog wat flarden. “He oude man, met je gekleurde shawl in je hoofd, de maan staat te stralen, er is liefde beloofd. Ik slenter langs pleinen en lach naar de zon, lalalalalalalalalalalala, lalalaalalalalalalala, ooohheeeeee, oheeeeee, jaaaa jajajajaja lalalalala oude man.” Met een haring in zijn rechterhand. Doe het maar eens.”

Appeltje

Ik heb de laatste dagen persoonlijke ontboezemingen gezien en gehoord van slagers, mensen die een nijptang kochten in een bouwmarkt, salesmanagers en van honderden mensen die hem wel eens in de verte voorbij zagen lopen. “Ik zat hier, op dit bankje. Ik at een appeltje. Ik kijk op en ik denk, krijg nou de kolere, dat is Ramses Shaffy. En verdomd, daar liep hij. Daar, van de hoek naar daar. Toen wachtte hij even en toen liep hij weer door. Onvergetelijk. Hoe hij liep. Dat vergeet ik nooit meer.”

Het is duidelijk. Iedereen die van Ramses heeft gehouden is aan het woord geweest, behalve dan de mensen waar Ramses zelf van hield. Die hielden zich opvallend stil. En terecht. Die verhalen kennen we al. Het mooie van de dood van Ramses is, dat je een heel andere kijk op die man krijgt. Wist ik helemaal niet, dat hij ooit in Aalsmeer met een bakfiets vol zuigelingen een tuincentrum is binnengereden.

Megalomaan

Ik had een heel ander beeld van Ramses, omdat ik twee weken geleden, toevallig, de biografie over Joop Admiraal las. Daarin figureert Ramses vooral als een wild om zich heen neukende megalomane kunsthystericus, die van Joop Admiraal onvoorwaardelijke trouw eist, maar zelf aan zijn voeten uit zes jongens per avond moet worden getrokken. In ongeveer de helft van het boek slaat Ramses schilderijen van Joop Admiraal kapot, valt door glazen tafels heen en vermaakt 22 uur per dag een steeds groter wordende schare bewonderaars. Het mooie van Joop Admiraal is dat hij tot aan zijn dood bij Ramses langs bleef komen. Ik denk zomaar dat Joop deze week ook zijn mond had gehouden.

Overdreven

Over de doden niets dan goeds, maar het wordt nu een beetje overdreven. Ik ben wel dol op de liedjes van Ramses. Mens durf te leven vind ik mooi, vooral omdat Ramses in het filmpje dat er bij hoort, zeer on-Hollands vrolijk over een strand holt.

Vooral de plek is goed gekozen. Dat mannetje, springend in het zand, pepert het ons goed in. Zo’n strand, daar kan je ook nog wat anders op doen dan met een norse Hollandse kop tegen de wind in lopen. Het hoeft niet altijd de plek te zijn waar schrijvers zich enkele dagen terugtrekken in een huisje om daar eindelijk die novelle af te schrijven. Mens, durf te leven. Slim van Ramses om dat op zo’n oer-Hollandse plek te gaan staan schreeuwen.

‘T is stil in Amsterdam, ook prachtig. Een briljante tekst, met eenvoudige beelden. Daar hebben we allemaal wel eens gelopen, in zo’n straat. Geniaal als je dat in enkele zinnen neer kunt zetten.

Heiligverklaring

Dat hoorde ik deze week iets te weinig. Erg veel verhalen van vage kennissen die vertelden over zijn dronkenschap en zijn steeds maar slechter wordende gezondheid. Als het over zijn teksten ging was het zeer algemeen. Bijna niemand heb ik uit horen leggen dat hij een groot schrijver was. Het ging deze week vooral om de mythe. De onvoorwaardelijke heiligverklaring. Vergeet dat. Koop zijn cd’s en luister zijn teksten. Meer heb je niet nodig.