Geert is een Indo. Een journaliste van De Groene Amsterdammer brengt dit nieuws met veel gedoe. Dat vind ik een beetje overdreven. Door Nico Dijkshoorn.

Ik haal mijn halve leven lang al geiten-saté bij de familie Wilders.

Ik vind dat iets liefs hebben, je hele politieke carrière in dienst stellen van een heksen-jacht op geitenneukers, en ze zelf in het weekend met een gekleurde jurk om je reet heel fanatiek op authentiek Javaanse wijze staan te roosteren.

Ik ken Geert nog uit de tijd dat ik met mijn vrienden gezellig een avondje ging Indo-rammen. Homo’s had je toen nog niet, dus je moest wat. Je verveelde je. Indo’s pasten zich in die tijd slecht aan.

Harde Gitaarmuziek

Ze brachten de Harde Gitaarmuziek mee naar Nederland. Reden genoeg om ze stevig aan te pakken. Wij zeiden toen al, jaren voor de PVV, we zijn hier wel in Nederland. Wat is er mis met Hollandse muziek? Het was, realiseer ik mij nu pas, eigenlijk een keiharde politieke beweging, dat clubje Indo-rammers.

Geert had toen nog geen bewaking. Je kon gewoon bij hem aanbellen en hem onbeperkt Indo-rammen. Eerst maakten we hem aan het huilen. “Zo, wat ruiken we, Indo. Zij we weer vlees aan het smoren? We hebben de tijd hè, Indo?

Rundvlees

Terwijl wij overdag werken voor onze centen, zit meneer lekker 9 uur op zijn hurken naar een lapje rundvlees te loeren tot het gaar is. Lekker makkelijk. Hoe eten wij ons vlees hier in Nederland, Indo? Geef antwoord. Precies, kort gebakken.

En als we het stoven dan doen we dat zonder...? Zonder??? Ik vraag je wat Indo! Zonder ketjap. Precies. En wat voor muziek heb je aanstaan Indo? Zijn dat de Tielman Brothers? Hier, kijk, dat doen wij met subversieve Indorock.

Hier! Hier! Hier! Sta niet te janken, Indo. Het is niet persoonlijk bedoeld. Wij waken slechts over Nederlandse kookgewoonten en jij Indo, bent een gevaar. Kijk me aan Indo. Ik lul tegen je.”

Indo-rammen

En dan ramden we die Indo. Omdat het zo heette. Indo-rammen. Je kon niet anders. Zo ging dat toen in Nederland. Je kwam op voor je eigen cultuur. Geert heeft tijdens die aframmelingen, als we zijn wajang poppen kapot stonden te slaan, goed opgelet.

Een van de Indo-ram dingetjes was het langdurig onderdompelen van zwart Indo haar in een emmer met Hollandse bleekwater.

Wij waren toen al, 26 jaar voor het script geschreven werd, de film Blade Runner aan het ontwikkelen. Rutger Hauer heeft dat kapsel van ons gejat. Geert stond dat goed, wit haar. Dat zagen wij toen al, en hijzelf ook. Die spartelde niet eens meer tegen, als we hem met zijn kop in die emmer duwden. Zo zou ik Geert ook omschrijven. Een trotse Indo, met een diep verlangen naar ander haar.

Evenwicht

Dat Indo-rammen was allemaal heel onschuldig. Geert maakte daar geen probleem van. Zo ging dat in onze cultuur. Ondank ons verschil van inzicht was er ook een gevoel van saamhorigheid. Wij, Indo’s en Nederlanders, moesten het met elkaar doen. Wij schopten, zij sudderden. Er was evenwicht.

Ik ben bang dat de aanhang van Geert iets minder genuanceerd gaat reageren op zijn Indo-achtergrond. De hardcore Geert Wilders stemmer zal niet verrukt zijn als bekend wordt dat Geert in het geheim Oosterse kruiden door zijn eten mengt. Mij grijpt de hele zaak op een heel andere manier aan.

Trots

Geert was altijd zo’n trotse Indo. Dat maakte toen al indruk op ons. Ik ken niemand die zoveel wist van rijst verbouwen. Hoe hij kon vertellen over typisch Javaanse gebruiken, zoals het opjagen van een Skapiti, of zoals zijn ogen gingen glimmen als hij terugdacht aan Javaanse bevruchting-riten. Dan zag je de Indo in Geert groeien. Dat was prachtig om te zien. Die trots.

Nu zie ik een doodsbange man met wit haar die iedere avond, met een zaklampje in bed, in het geniep een schaduwspel op de muur tovert. Ik hoop van harte dat deze onthulling Geert rust gaat geven. Als het een beetje meezit staat hij binnen twee jaar als Waroeng Wilders de Pasar Malam te presenteren.