Mandoline

Vakantie, voor mij is dat thuiskomen met de verkeerde souvenirs. Thuis ben ik een eigenwijze motherfucker, maar zodra ik de landsgrenzen passeer pis ik blijkbaar mijn kritisch vermogen uit mijn lichaam.

In Amsterdam zit ik ze meewarig na te kijken, zielenpoten met een lollig t-shirt aan. I was in Amsterdamned.

Soms treed ik zelfs handelend op. Loop ik op Japanners af, die elkaar in een enorme klomp staan te tillen. Wat ze aan het doen zijn? Die klomp is van de Heilige Klompenkerk. Of ze dat normaal vinden, in een heilig relikwie gaan staan, met hun Japannervoetjes. Nee, dat moet allemaal gewoon maar kunnen, lekker gaan staan poseren in de enige nagelaten klomp van de Heilige Bartelomeus. Dan vraag je een beetje om een derde atoombom hè. Of wij dat ook doen, als we in Japan zijn, met onze poten door hun heilige plekken banjeren.

Dat soort teksten vuur ik op ze af, om ze schrik aan te jagen. Toeristen zijn volstrekt weerloos. Ze geloven alles.

Klammert

 

Ik heb twee jaar geleden nog een dag lang met een groep Amerikaanse toeristen door Amsterdam gelopen. Stopte ik af en toe bij een tandeloze oude vrouw en dan lulde ik gewoon wat weg. “Dit is de beroemde Amsterdamse Vrouw Van de Eeuwige Arbeid die helaas net klaar is met het stropen van de klammert, een typisch Amsterdams gebruik waarbij nog maar kort geleden zes doden zijn gevallen, door een omvallende bakel.” En dan liet ik die yanks een kwartiertje naar tante Kobie kijken, aan analfabete schele Jordaan-autochtoon.

Weerloos

 

Nu, net terug uit Ierland, voel ik me net zo weerloos. Daar stond ik, nog maar zes dagen geleden, Dijkshoorn, de lekker kritische columnist, met een mandoline in mijn handen. Ik wilde er een. Onbegrijpelijk. Vergelijk het maar met een Chinees die na twee dagen in Nederland niets liever wil dan zijn eigen haring kaken.

Dat had ik nu ook, maar dan met mandolines. Onbegrijpelijk dat ik het nooit eerder had gehoord, hoe wonderschoon de mandoline kon klinken. Ik kende alleen de mandoline waar achterlijke boerenzonen in slechte films op zaten te tokkelen, waarna ze uit verveling maar weer eens hun zus zwanger maakten, of de mandolines die zachtjes zongen in Nicosia. Daar zag je steeds dat fantoomhoofd van de Zangeres zonder Naam bij.

De mandoline, ik had er tot voor kort niet veel mee. Pas in Ierland vielen mij de schellen van de ogen. Ik kon me, terwijl ik het instrument nog niet eens had gekocht, eigenlijk al geen leven meer voorstellen zonder mandoline.

Aangekloot

 

Ik had maar wat aangekloot. Mijn hele leven, een grote lange weg die mij uiteindelijk wel moest leiden naar de mandoline die ik nu in mijn hand hield. Ja, Ierland en de drank zaten goed in mijn botten. Weg was het cynisme. In Ierland viel alles op zijn plek. Het was eigenlijk alsof de mandoline mij vond.

 

Midden in de winkel, Johns Instruments and Vegetables, droomde ik weg. Ik zou in het land kleine voordrachten kunnen houden, waarbij ik wat tokkelde op de mandoline. Net als Lucille, de gitaar van BB King, zou ik hem een naam geven. Robbie.

Ik tokkelde wat op Robbie. Dat klonk fijn. Als je een middelgrote mensaap in een willekeurig circus hele nummers kon leren spelen op dit instrument, dan moest het mij toch ook lukken? Ik sloeg hem nog een keer aan. Liet de snaren vibreren en zei of zong, wat was het, iets als: drenkin miekirl in dieharboer en stampte keihard, net zoals ik de madoline-koning van Dublin, Mckenzie McFilthy een uurtje geleden nog had zien doen, met mijn linkervoet op de grond. Dat klonk lekker authentiek. Slechts 346 euro koste dit kleinood. Ik moest hem hebben.

Wollen wambuis

 

Ja, ik geef het toe. Ik heb een mandoline gekocht. Er bestaan zelfs compromitterende foto’s. Ik zit, gekleed in een wollen wambuis, met een heel smartelijke kop mandoline te spelen ergens onder aan een berg. De man en zijn instrument, geheel versmolten. Totdat je thuis bent. Net dat tiefusding helemaal aan stukken geslagen op het balkon, vol met Hollandse bloemen.

Tip de redactie