Het barplassen rukt op in de grote steden. Vertel eens iets nieuws, denk ik dan. Ik doe al een jaartje of dertig niets anders. Dat is dan nu opeens heet nieuws. Door Nico Dijkshoorn.

Dorpskrant gedoe vind ik het. Heel opgewonden schrijven over de achterlijke kat van de familie Theunisen die gisteren bij het oversteken bijna werd aangevlogen door een reiger, dat niveautje.

Alle toiletpissers vinden dat dan nieuws, terwijl het in mijn omgeving - zeg maar het literaire milieu - eerder een wet is. We weten niet beter.

Vorige week heb ik in Amsterdam nog samen met Tommy Wieringa tegen een bar staan pissen. Armen om elkaar heen en ondertussen praten over de literatuur.

Plasseks

Tommy doet het nog maar sinds kort, als voorbereiding op een nieuwe roman over plas-seks, maar ik sproei al bijna een leven lang iedere bar nat. Swaffelen, maar dan met vocht, zo moet je het zien. Of nee, dat is dan al weer te spannend.

Daarmee zou ik suggereren dat ik het voor de kick doe. Barplassen is voor mij eigenlijk een heel natuurlijk dingetje. Ik ben denk ik, qua barplassen, een natural. Een originator ook.

Biljart

Ik zal een jaar of 11 zijn geweest dat ik het voor het eerst deed. Dan moest ik mijn vader ophalen uit de kroeg en die stond dan meestal net op 1 been op het biljart zijn act met de gestoomde makreel te doen.

Dat had ik allemaal al 100 keer gezien. Ik kon hem dromen. Die makreel in zijn broek stoppen en dan heel verbaasd om zich heen kijken. Dat wist ik nou wel. Daar stond zo'n hele kroeg dan naar te kijken en dan piste ik uit verveling even tegen de bar.

Urine en hout

Iedereen die wel eens tegen een boom heeft staan kletteren weet het. Urine en hout zijn voor elkaar gemaakt. Hout absorbeert prachtig. Je ziet het langzaam donkerbruin worden, maar niet te snel.

Een theedoek bijvoorbeeld of een koffiefilter, die zeik je in een keer donker. Hout niet. Daar moet je echt je best voor doen. Mooi doseren. Je moet de ziel van het hout voelen om het op een waardige manier vol te pissen.

Wintersport

Dat is andere koek dan tijdens de wintersport met je dronken kop, ergens onder in het dal je telefoonnummer in de sneeuw klateren. Dat is studentikoos gedoe. Net zoals het 's ochtends met zijn allen over een nieuw huisgenootje heen druppelen. Dat zijn tradities. Barplassen is anders. Barplassen is een gevoel.

Vanaf mijn 19e ben ik het echt serieus aan gaan pakken. Daarvoor wilde mijn aandacht nog wel eens verslappen en liet ik me lusteloos leeglopen in een bromfietshelm van iemand die op zijn afhaalchinees zat te wachten. Daar ben ik mee gestopt. Ik miste het hout.

Zwembroek

Heel belangrijk bij het barplassen is dat je aan het gezicht niet ziet dat je plast. Veel mensen kunnen dat niet. Mensen die in een zwembad urineren herken ik op honderden meters.

Ze gaan onnatuurlijk zwemgedrag vertonen. Je ziet als het ware aan hun gezicht hoe de gele wolk water langs hun benen trekt. Na het plassen zijn mensen die in een zwembad of in de zee hebben geplast net katten die zojuist hebben gekakt. Gaan ze heel woest bewegen en zelfs kleine sprongetjes maken.

Rits open

Zo moet het dus niet. Je moet tegen een bar plassen alsof je staat te wachten op je bestelde bitterballen. Rits open, gedachteloos een oud nummer van de Haagse Post lezen en het dan, als een meesterwerk, via de bar het om je schoenen laten lopen, je ochtendurine.

Want dat vind ik dan wel belangrijk. Je moet het opsparen. Van die uitgefilterde bier-urine, daar is geen lol aan. Dat is barplassen voor beginners. Ik vind het pas echt barplassen als het op je ogen slaat, de ammoniak-lucht.

Dat mensen om zich heen gaan kijken of er iemand een deur staat af te schuren. Het moet goud, bijna koperkleurig zijn en een beetje gruizig. Dat is het echte, hardcore barplassen.

Het mooist is het als je urine het diepste punt in de kroeg gaat zoeken. Een kolkende rivier door het café. De volgende stap komt er aan. Zittend barplassen. Wel zo netjes voor de vrouwen die na jou komen.