Job Cohen, de burgemeester van Amsterdam, heeft een week geleden gezegd dat het in zijn stad meestal Marokkanen zijn die ambulancepersoneel hinderen bij het uitvoeren van hun werk. Sindsdien gonst het in Nederland. Door Nico Dijkshoorn.

De zwetende onderbuik in Nederland ronkt van genoegen. Je voelt de opluchting. Eindelijk wordt het beestje eens bij de naam genoemd. Dat soort teksten. Een held is het, Cohen, dat hij die door de stad zoemende scooternomaden nu eens duidelijk veroordeelt.

Het voelt blijkbaar als een bevrijding. Nu kan alles worden gezegd. Ze staan ook altijd vlak voor je, in hun Marokkanen-jassen, bij de bakker, ons brood te bestellen. Ze tanken onze benzine en doen dan altijd heel lang over het afrekenen, zodat wij Nederlanders moeten wachten.

Humor

In bioscopen lachen Marokkanen altijd op het verkeerde moment, maar niemand die daar ooit iets van zei. Nu, in het jaar 1 na Cohen, kunnen we opstaan in de bioscoop en opkomen voor Nederlandse humor.

Marokkanen nemen ook altijd alle kleedhokjes in beslag in onze zwembaden. Ze zijn te vrolijk in het openbaar vervoer. Als ze lachen doen ze dat met open mond, heel hard. Niet zoals wij, op het toilet heimelijk in de kraag van onze jas een glimlachje.

Café

In Islamitische slagerijen is het veel te gezellig. Marokkanen begrijpen niet dat wij daar in Nederland het café voor hebben uitgevonden. In Nederland socializen wij niet naast een ontbeend schaap. We wachten zwijgend op onze beurt en zeggen: ‘1 tartaartje graag, slager.’

Dartelen

En o ja, schapen vinden wij hier lief want ze zijn van wol en ze zeggen beh. Wij stoppen langs de weg om naar lammetjes te kijken en schieten dan vol omdat ze zo springen en dartelen, eigenlijk zoals wij dat zelf zouden willen doen.

Dat lammetje zijn wij, op de basisschool, hollend over het schoolplein. Maar leg dat aan Marokkanen uit. Die zien het leven als een groot feest en zijn veel te emotioneel. Cohen zal het hier allemaal mee eens eens zijn.

Welzijnswerker

Of niet? Misschien ben ik te Hollands cynisch, maar het zou ook zomaar kunnen dat Cohen onder druk van de rechtste media - die hem consequent wegzetten als een muntthee drinkende welzijnswerker - in deze relatief veilige case er voor heeft gekozen maar eens daadkrachtig uit de hoek te komen.

Misschien is hij gezwicht voor die druk. Die hele bende joelend Nieuw Rechts, de nieuwe inquisitie in Nederland, om die de hand te reiken.

Vlag

Cohen heeft gewacht tot zich het goede gevalletje voordeed en heeft eindelijk het woord Marokkaan in een negatieve context gebruikt. En het lijkt te werken. De vlag wappert al een week lang uitbundig aan de huizen van alle Gezonde Hollandse Jongens die vinden dat ‘het gewoon maar eens gezegd moest worden.’

Laat ik dat dan ook maar eens doen. Storm in een glas water. De scheldende broer, die het ambulancepersoneel met de dood bedreigde, heeft inmiddels zijn excuses aangeboden. De dader heeft zich aangegeven, het ambulancepersoneel heeft zich binnen een uurtje laten paaien door Cohen.

Debielen

Gezeik op hulpverlenende instanties waait dwars door alle kleurtjes en culturen heen. Als er iemand wordt aangereden staan er negen van de tien keer opgewonden debielen om het slachtoffer heen, die altijd weten te vertellen dat de politie, de brandweer of de ambulance veel en veel te laat aankwam. Het heeft helemaal niets met cultuur te maken.

Proleet

De Marokkaan die vorige week de hulpverleners met de dood bedreigde, had net zo goed een Amsterdamse blanke proleet kunnen zijn.

Ik kan me niet voorstellen dat er in Amsterdam nog nooit een broeder op de ambulance te horen heeft gekregen dat ‘zijn galblaas achter zijn oren wordt getieft als hij godverdomme niet als het lazarus die en die zus en zo repareert.’

Sterfelijk

Ambulancepersoneel hinderen bij hun werk heeft niets te maken met ras of cultuur. Het laat de kleinheid zien van de mens. Je er niet bij neer kunnen leggen dat je sterfelijk bent en daar de eerste de beste hulpverlener de schuld van geven. Nooit sterft er iemand zomaar aan kanker. Altijd was de dokter er te laat bij.

Deze zaak toont twee dingen aan: Cohen is een slimme momenten-kiezer en de mens is een machteloze schreeuwer als het lot genadeloos ingrijpt. Niets meer, niets minder.