Deze column is alleen voor rokers. Niet-rokers mogen deze tekst wel lezen, maar dan alleen met een dikke winterjas aan vlak voor de deur van het kantoor of voor hun huis. Er mag door niet-rokers tijdens het lezen niet instemmend worden gebromd, gelachen of worden gevloekt. Door Nico Dijkshoorn.

Na het lezen moeten de handen van de niet-rokers worden gedesinfecteerd. Deze tekst moet worden verscheurd en eenmaal weer binnen mag er niet met familieleden of collega's over deze tekst worden gesproken. Niet-rokers die dit nu toch binnen lezen, zullen uit hun huizen worden gesleept en in speciale niet-rokerskampen worden heropgevoed.

Rokers daarentegen mogen deze tekst lekker met de voeten op het bureau lezen. Glaasje wijn er bij en natuurlijk mag er tijdens het lezen as worden afgetikt boven een van de foeilelijke planten die door de niet-rokers maffia het kantoor binnen is gedragen.

Drie pakjes

Ik ben zelf een niet-roker, maar ik begin volgende week. Ik zet meteen maar in op drie pakjes per dag. Als ik ergens niet bij wil horen is het wel de fundamentalistische anti-rook brigade. Ik ga liever jong dood dan dat ik de rest van mijn leven in rookloze cafés moet verblijven, met die humorloze vitamineslikkers, djembee-trommelaars en bloemenfluisteraars om me heen.

Want laten we eerlijk zijn, rokers hebben humor. Rokers hebben stijl. Rokers zijn sexy motherfuckers. Na het neuken rook je samen bezweet een sigaret in bed. Niet-rokers aaien samen een kat. Niets is opwindender dan een vrouw met haar dat naar rook ruikt.

Niet-rokers haar ruikt altijd naar Granny Smith appels of naar veerkrachtige bamboe. Goed, niet-rokers zijn misschien net zo gezond als een kiwi, maar helaas hebben ze ook het gevoelsleven van deze vrucht.

Fanatisme

Vooral de betuttelende houding van de overheid en de niet-rokers maakt me gek. Ik schaam mij voor mijn niet-roken. Dat kleinzielige gedoe, dat belerende en dat bijna religieuze fanatisme, het maakt me razend. Trots zijn op je gezondheid en niets liever willen dat een ander ook gezond gaat leven, dát vind ik pas ziekelijk.

Dat eeuwige gejank van niet-rokers over het meeroken. Dat ze van alles binnen krijgen. Ik zou zeggen, wees blij dat je eens ergens aan meedoet, en dat je eindelijk eens iets binnenkrijgt.

Gevoelsdingetje

Roken is een gevoelsdingetje. Roken, dat is met een vreemde vrouw in een café zitten. Zij pakt haar tas, blijft je aankijken terwijl ze naar je luistert en steekt een sigaret op. Roken, dat is naar een voetbalwedstrijd kijken en op van de zenuwen een sigaret opsteken.

Rokers zijn mensen die 's nachts twee uur lopen naar een benzinestation om sigaretten te kopen. Niet-rokers liggen dan al uren op bed na te denken over eeltplekjes op hun hielen. Rokers lopen na een avondje stappen gewoon kaarsrecht naar huis en rijden niet met 130 km per uur op twee meisjes in. Alcohol mag wel in cafés. Onbeperkt.

Slappe zakken

Ik vind de wet die de horeca helemaal rookvrij heeft gemaakt belerend en hoogmoedig. Alsof rokers zelf niet weten wat goed of slecht is. Juichend hoor je het de niet-rokers vertellen op de radio en de televisie: steeds meer mensen willen stoppen met roken. Slappe zakken vind ik dat, mensen die nu stoppen om samen met niet-rokers in een café te kunnen zitten.

Ga juist niet meer naar de kroeg, rokers. Thuis blijven. Rookgordijnen optrekken. Eens kijken hoe ze het zonder jullie gaan redden. Eens kijken hoe de gesprekken gaan stokken in die rookvrije ruimtes als al die gezonde mensen bij elkaar aan een tafeltje zitten. Geen asbak om mee te spelen. Ga er aan staan.

Binnen vier maanden zullen ze jullie smeken of je weer gezellig binnenkomt. Wet of niet. Trap er niet in, deze zoveelste Christen-Socialistische betuttelings-actie. Als het aan Rouvoet ligt zitten we over 10 jaar allemaal Christelijke Kampvuurliederen te zingen in een tot Centreparcs omgebouwd Nederland. Daarom zeg ik: rook voor je vrijheid. Rook ze uit.