De stelling ‘wij zijn ons brein’ is moeilijk te weerleggen. Maar er is wel iets merkwaardigs mee aan de hand. Door Jean Wagemans.

Hebben wij een ziel? Bestaat de vrije wil? De discussie over dit soort vragen is weer opgelaaid sinds Dick Swaab een boek schreef met de welluidende titel ‘wij zijn ons brein’.

Een recente bijdrage aan deze discussie is afkomstig van de schrijver Bernlef. Op de vraag of de ziel nog wel bestaat, antwoordde de schrijver als volgt.

“Ja, daar ben ik het heel erg oneens met professor Swaab, die zegt dat wij ons brein zijn. Dat vind ik net zo’n verschrikkelijk idee als predestinatie: dan heb je zelf helemaal niets meer te zeggen” (NRC Handelsblad, 19 mei 2012).

Gevolgen

Nu kunnen standpunten die een advies bevatten, worden verdedigd door te wijzen op een positieve consequentie die het opvolgen van dat advies met zich meebrengt. Zo kan het standpunt “Je moet een trui aantrekken” worden ondersteund met behulp van het argument “Dan blijf je lekker warm”.

Maar standpunten die een bewering over de werkelijkheid bevatten, kunnen niet op deze manier worden verdedigd. Het al dan niet juist zijn van een bewering hangt nu eenmaal niet af van de gevolgen die het aanvaarden ervan met zich meebrengt.

Barbecue

Bernlef lijkt dat laatste niet te beseffen. Hij behandelt de stelling ‘wij zijn ons brein’ als een advies, terwijl het een bewering is. Alsof je de stelling ‘het regent’ kunt weerleggen door erop te wijzen dat de barbecue nat wordt.

Dat neemt niet weg dat er op de stelling ‘wij zijn ons brein’ van alles aan te merken valt. Bijvoorbeeld het volgende.

Merkwaardig

Als de stelling waar is, dan mag je overal waar ‘wij’ staat ‘ons brein’ lezen. Hetgeen impliceert dat onze breinen de breinen van onze breinen zijn. En dat de breinen van onze breinen de breinen van de breinen van onze breinen zijn. En dat de breinen van de breinen van onze breinen… enfin, u begrijpt het al.

Het probleem van de stelling ‘wij zijn ons brein’ is niet dat deze onwenselijke gevolgen heeft. Het probleem is dat de stelling onzinnig is. Niets kan immers tegelijkertijd zichzelf én een deel van zichzelf zijn. Welk brein zoiets bedacht heeft…