Minister-president Mark Rutte heeft ontkend dat hij mediatraining krijgt. Dat was heel verstandig van hem. Door Jean Wagemans.

Enige tijd geleden werd Rutte gevraagd wat voor mediatraining hij krijgt. Een meervoudige vraag, die Rutte gemakkelijk doorzag. Zijn antwoord luidde namelijk: "Geen! Dit is het geheim: nooit, nooit mediatraining." (Nova College Tour, 20 december 2011).

Interviewer Twan Huys beweerde daarop dat hij wist dat Rutte wel degelijk mediatraining heeft gevolgd. Rutte probeerde de zaak nog te redden door te zeggen dat hij ‘cameratraining’ bedoelde. Maar toen was het kwaad al geschied.

Authentiek

In het televisieprogramma Profiel (HUMAN, 11 maart 2012) werd onthuld dat Rutte zelfs een heel scala aan trainingen heeft gedaan. Waaronder een training om ‘authentiek’ over te komen en een training om speeches beter te laten 'landen' bij het publiek.

Nu is het helemaal geen schande om je vaardigheden aan te scherpen met behulp van een training. Dus waarom zou iemand willen ontkennen dat hij dat heeft gedaan? Het antwoord op deze vraag is te vinden in de klassieke retorica.

Factoren

Volgens deze theorie hangt de overredingskracht van een spreker af van een drietal factoren. De eerste daarvan is talent. Zonder talent kun je wel inpakken. Zoveel is zeker.

De tweede succesfactor is techniek. Dat wil zeggen, kennis van de 'regels van de kunst'. Uiteraard kan een spreker die voldoende talent heeft, ook zonder deze kennis een heel eind komen. Maar het bestuderen van retorische technieken, zo is het idee, maakt de spreker minder afhankelijk van het toeval.

De derde factor is training. Door de retorische technieken vaak genoeg toe te passen in uiteenlopende situaties, leert de spreker ze op een effectieve manier te gebruiken. Oefening baart kunst, zogezegd. Maar dat is nog niet het hele verhaal.

Verbergen

Prestaties die moeiteloos tot stand zijn gekomen, oogsten vaak meer bewondering dan prestaties waarvoor veel moeite is gedaan. Daarom zeggen studenten dat ze niet of nauwelijks hebben gestudeerd voor een tentamen. En zeggen schrijvers en dichters dat hun werk tot stand is gekomen met behulp van goddelijke inspiratie, in plaats van menselijke transpiratie.

In de klassieke retorica is dit gegeven verwerkt in het adagium 'ars est celare artem'. Dat betekent zoveel als "het is de hoogste kunst om de kunstgrepen te verbergen". Aan een toespraak moet je niet kunnen aflezen dat hij met behulp van allerlei retorische technieken tot stand is gekomen.

Het adagium geldt ook voor de spreker zelf. Die moet zo 'natuurlijk' en 'authentiek' mogelijk overkomen. En zeker niet 'gekunsteld'.

Een beetje dom

Zo bezien was het dus heel verstandig van Rutte om te ontkennen dat hij is getraind. En een beetje dom van het trainingsbureau om dat te verklappen. Helemaal als het om een cursus 'authentiek' overkomen gaat...