Wetenschappers staan niet langer op een voetstuk. Hun deskundigheid en onafhankelijkheid worden in toenemende mate betwist. Valt het tij nog te keren? Door Jean Wagemans.

Gisteren werd in een krantenartikel betoogd dat het gezag van wetenschappers steeds vaker ter discussie staat: “De tijd waarin ze onaantastbaar heersten vanuit hun ivoren torens, is definitief voorbij” (De Volkskrant, 5 maart 2012).

De gezagscrisis zou onder meer verband houden met toenemende twijfel aan de onafhankelijkheid van wetenschappers. Omdat de overheid de geldkraan heeft dichtgedraaid, wordt wetenschappelijk onderzoek steeds vaker door de industrie gefinancierd.

Emoties

Daarnaast zou de gezagscrisis te maken hebben met de manier waarop wetenschappers hun standpunten aan de man proberen te brengen: “Wetenschappers zijn van oudsher gewend hun gelijk te halen met rationele argumenten, maar ze zullen steeds meer rekening moeten houden met emoties.”

En als een wetenschapper dat niet doet? Als hij uitsluitend rationele argumenten geeft? Dan wacht hem hetzelfde lot als viroloog Roel Coutinho, directeur van het Centrum Infectieziekten. Die ondervond tijdens de campagne voor inenting tegen baarmoederhalskanker dat zijn oordeel even zwaar weegt als dat van voetzoolreflextherapeute Hester Visser, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken.

Defaitisme

Volgens filosoof en journalist Christian Jongeneel is de gezagscrisis onontkoombaar: “Voor wetenschappers is er geen simpel communicatietrucje om dat op te lossen, ze deinen mee op grote maatschappelijke ontwikkelingen. Eerst vielen de priesters, leraren en politici van hun voetstuk. Nu zijn de wetenschappers aan de beurt.”

Wat een defaitisme! Het mag dan tegenwoordig minder gemakkelijk zijn om een standpunt aanvaard te krijgen met behulp van een deskundigheidsargument. Maar dat betekent niet dat wetenschappers het daarbij moeten laten. Integendeel. Ze moeten er juist nog een paar argumenten aan toevoegen.

Deskundigheid

Wetenschappers zouden bijvoorbeeld kunnen toelichten waarom ze deskundig zijn op het betreffende gebied. Of aannemelijk kunnen maken waarom eigenbelang bij de vorming van het oordeel geen rol heeft gespeeld. Ook zouden ze nader kunnen uitleggen waar hun oordeel precies op gebaseerd is. Of kunnen laten zien dat de meeste (of de meest gerenommeerde) andere deskundigen het met hen eens zijn. Dat zijn namelijk precies de argumenten die een deskundigheidsargument aanvaardbaar maken.

De gezagscrisis kan dus wel degelijk met een “simpel communicatietrucje” worden bezworen. Meer heb je als wetenschapper niet nodig. Behalve je deskundigheid. Uiteraard.