Volgens minister Gerd Leers (CDA) zijn er geen mogelijkheden om de Angolese asielzoeker Mauro Manuel een verblijfsvergunning te verlenen. Afgelopen zaterdag wees een groep van twaalf hoogleraren erop dat deze mogelijkheid wel degelijk bestaat. Wat nu? Door Jean Wagemans.

Leers heeft de zaak naar eigen zeggen heel nauwkeurig bekeken. Hij is tot de conclusie gekomen dat het huidige beleid geen mogelijkheden biedt om de asielzoeker een verblijfsvergunning te verlenen. De rechter heeft geoordeeld dat de minister dat in redelijkheid heeft kunnen beslissen.

Maar de groep van twaalf stelt: “De rechter zou ongetwijfeld ook vinden dat de minister vanwege het gezinsleven in redelijkheid wél een vergunning aan Mauro kan geven.” (De Volkskrant, 29 oktober 2011).

Misschien heeft Leers deze mogelijkheid per ongeluk over het hoofd gezien. Of in stilte besloten om er geen gebruik van te maken. Hoe het ook zij, het bestaan ervan lijkt boven elke twijfel verheven: “Als de minister zijn hart wil laten spreken, dan kan dat prima. Er zijn goede juridische argumenten voor aan te voeren.”

Verstand en gevoel

Men vindt het blijkbaar niet vreemd dat het hart anders spreekt dan het hoofd. Dat brengt mij op de volgende vraag. Hoe komen mensen eigenlijk tot een standpunt? Daarover bestaan twee zeer verschillende theorieën.

Volgens de eerste theorie is een standpunt het eindresultaat van een rationeel proces, waarbij uit een aantal argumenten een bepaalde conclusie wordt getrokken. Die conclusie is onontkoombaar. Mits de argumenten waar zijn. En het standpunt op de juiste wijze uit die argumenten is afgeleid.

Volgens de tweede theorie gaat het precies andersom. Het standpunt volgt niet uit de argumenten, maar gaat daar juist aan vooraf. Mensen hebben intuïtief of gevoelsmatig een bepaalde mening over een zaak, en zoeken daar vervolgens geschikte argumenten bij.

Een jurist vertelde mij een keer op beeldende wijze hoe dat in de praktijk werkt: “Je gooit eerst een pijltje, en tekent daar vervolgens een aantal cirkels omheen.”

Willekeur

Terug naar de kwestie van de verblijfsvergunning. Leers presenteert zijn standpunt om geen verblijfsvergunning te verlenen als onontkoombaar. Het is geen mening, maar een conclusie. En nog wel eentje die door de rechter is gesanctioneerd.

Maar volgens de groep hoogleraren had de rechter het ook goed gevonden als Leers het tegengestelde besluit had genomen en de verblijfsvergunning wél had verleend. Wat hen betreft is het standpunt van Leers dus geen conclusie, maar een mening. Het is een willekeurig besluit.

Als ze daar gelijk in hebben, dan vraag ik mij af of het beleid over dit soort gevoelige kwesties wel nauwkeurig genoeg is geformuleerd. Ik vrees van niet. En dat is geen mening, maar een conclusie.