Anesthesioloog Martin Bucx (UMCN) vindt dat de hygiëne in ziekenhuizen nog steeds te wensen overlaat. Sommige van zijn collega’s denken daar anders over. In zijn reactie op hun kritiek laat Bucx geen retorisch middel onbenut. Door Jean Wagemans.

Bucx heeft meegewerkt aan het opstellen van de nieuwe hygiënerichtlijn voor de ruimtes waarin patiënten een plaatselijke verdoving krijgen toegediend. Volgens een aantal van zijn collega’s is de voorgestelde maatregel “veel te duur”. Bovendien is het nut ervan “nooit wetenschappelijk bewezen” (Medisch Contact, 9 september 2011).

De collega’s worden vooralsnog gesteund door de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA). Die heeft geweigerd om de betreffende richtlijn te accorderen. Maar Bucx laat het er niet bij zitten.

Een standpunt verdedigen

In de retorica worden ruwweg vier technieken onderscheiden om een standpunt te verdedigen. Twee van die technieken hebben betrekking op de zaak die ter discussie staat. Je kunt argumenten geven voor je eigen standpunt. Ook kun je een poging ondernemen om eventuele tegenargumenten te weerleggen.

De andere twee technieken hebben betrekking op de persoon die het standpunt naar voren brengt. Wat dit aangaat zijn er ook twee mogelijkheden. Je kunt jezelf als een geloofwaardig persoon presenteren. En je kunt proberen om de geloofwaardigheid van je tegenstander te ondermijnen.

Duur en onbewezen

In reactie op de kritiek van zijn collega’s onderneemt Bucx allereerst een poging om hun argumenten te weerleggen. Volgens hem kun je helemaal niet zeggen dat de maatregel te duur is: “Het gaat om de vraag of de betreffende maatregel naar verwachting het aantal dramatisch verlopende infecties zal verminderen en de investeringen daarmee in verhouding zijn.”

Dat klinkt aannemelijk. Maar hoe staat het precies met die verwachting? Zijn collega’s vinden dat wetenschappelijk bewezen moet worden dat de maatregel effect sorteert. Volgens Bucx is dat echter niet nodig: “Negentig procent van de geneeskunde is immers niet of slechts ten dele bewezen.”

Maar als het nut niet wetenschappelijk is bewezen, waarom moet de maatregel dan worden ingevoerd? Bucx stelt dat “het wel eens tijd wordt dat binnen de geneeskunde dezelfde eisen worden gesteld aan veiligheid als gebruikelijk is op olieboorplatforms of in de luchtvaart.” Tot zover de retorische technieken die op de zaak betrekking hebben.

Doorglijden

Want nadat hij de bal heeft gespeeld, glijdt Bucx door op de man. Zo vindt hij dat dokters de voorgestelde maatregel gewoon moeten uitvoeren in plaats van “de standaardargumenten van stal halen als evidence en kosten”. Ook zegt hij het te betreuren dat zijn collega’s zich niet wat constructiever opstellen.

Om het af te maken zet Bucx zichzelf nog even in het zonnetje. Terwijl scopen vroeger nog “met een sopje” werden gereinigd, worden ze tegenwoordig gesteriliseerd. “Destijds kreeg ik ook veel telefoontjes dat sterilisatie niet onderbouwd was en veel geld kostte. Nu is het overal ingevoerd.”

Onder zeil

Bucx laat dus geen enkele van de vier retorische technieken onbenut. Hij weerlegt de argumenten van zijn tegenstanders. En hij geeft zelf een argument. En hij ondermijnt de geloofwaardigheid van zijn tegenstanders. En hij wijst op zijn eigen verdiensten.

Is dat niet een beetje te veel van het goede? Welnee! Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Als anesthesioloog zal Bucx er bovendien aan gewend zijn om de patiënt volledig onder zeil te laten gaan. Ik ben benieuwd waar zijn tegenstanders nu mee aan komen zetten. Want die zijn per slot van rekening ook gespecialiseerd in verdovingstechnieken…