Volgens Wim Kuiper, voorzitter van de Besturenraad van christelijke scholen, moeten jongens en meisjes weer apart van elkaar les krijgen. Uit wetenschappelijk onderzoek zou namelijk blijken dat jongens heel anders leren dan meisjes. Door Jean Wagemans.

De afgelopen decennia is er veel veranderd in het onderwijs in Nederland. Dat ging niet overal in hetzelfde tempo. Zo verhuisde een goede vriend van mij op tienjarige leeftijd van Heemstede (Noord-Holland) naar Neer (Limburg). Of hij moest wennen aan zijn nieuwe school?

Van de ene op de andere dag mocht hij niet meer ‘meester Piet’ zeggen, maar diende hij de leerkracht met de achternaam aan te spreken. De schoolbankjes stonden niet in een gezellige kring, maar in een drietal kaarsrechte rijen. Helemaal vooraan was nog een plaatsje vrij, en daar moest de arme jongen de rest van het jaar blijven zitten.

Geluid maken was op de nieuwe school verboden. En praten met de buurman al helemaal. Nee, ook niet om een pen te vragen. Er werd uitsluitend klassikaal lesgegeven, en de enige die iets mocht zeggen was de leerkracht. Wee je gebeente als je het waagde er doorheen te praten…

Maar het vreemdst van al was dat er in zijn nieuwe klas niet één meisje zat. In de ochtendpauze ontdekte hij zelfs dat er op de hele school geen enkel meisje te bekennen was. Wat bleek? Die zaten allemaal op de andere school in het dorp. De meisjesschool.

Evidence-based onderwijs

De veranderingen die deze tienjarige jongen in één keer te verstouwen kreeg, zijn de afgelopen decennia geleidelijk in het onderwijs doorgevoerd. In de omgekeerde richting, wel te verstaan. Maar zijn deze veranderingen eigenlijk ook als verbeteringen aan te merken?

Daar wordt veel onderzoek naar gedaan, en dat is maar goed ook. Want de inrichting van het onderwijs dient niet gebaseerd te zijn op vage intuïties of ideologische prietpraat, maar op gedegen empirisch onderzoek naar de manieren waarop kinderen iets leren. Wat dit aangaat kan het onderwijs een voorbeeld nemen aan de geneeskunst. Een goede onderwijsmethode is een ‘evidence-based’ onderwijsmethode. De rest is kullekoek.

Kersen plukken

Het voorstel van Kuiper om jongens en meisjes in aparte groepen les te geven lijkt op wetenschappelijk onderzoek te zijn gebaseerd: “De tijd terugdraaien is hier absoluut niet aan de orde. Integendeel, het idee is gebaseerd op de nieuwste inzichten in de neuropsychologie. Daaruit blijkt dat er verschillen zijn in hersenontwikkeling, leerstijl en motivatie bij jongens en meisjes” (Trouw, 15 augustus 2011).

Maar Kuiper is gewoon kersen aan het plukken. Hij citeert uit wetenschappelijk onderzoek, maar laat daarbij relevante bevindingen achterwege. Uit neuropsychologisch onderzoek is namelijk ook gebleken dat de verschillen in leerstijlen tussen jongens en meisjes kleiner zijn dan die tussen leerlingen onderling.

Als je de klassen dus op een wetenschappelijk verantwoorde manier zou willen inrichten, dan zou je die leerlingen bij elkaar moeten zetten die dezelfde leerstijl hebben. Ongeacht het geslacht. En onder de voorwaarde dat dit geen ongewenste neveneffecten heeft. Want daar gaat de selectieve argumentatie van Kuiper ook aan voorbij.

Jongensbrein

Al met al is dit voorstel even absurd als het voorstel om alle veertienjarige jongens twee klassen terug te zetten omdat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de ontwikkeling van het jongensbrein op die leeftijd ongeveer twee jaar achterloopt op de ontwikkeling van het meisjesbrein.

En hoe gaat het dan nu met dat tienjarige jongentje? Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken, die is uitstekend terecht gekomen. Jongens gedijen nu eenmaal het beste op een jongensschool. Dat is met dit ene voorbeeld wel afdoende bewezen, dacht ik zo.