Volgens royaltyverslaggever Marc van der Linden had wijlen prins Bernhard een derde buitenechtelijke dochter. Afgelopen dinsdagavond deed hij een poging om de televisiekijkers van de aannemelijkheid van deze hypothese te overtuigen. Door Jean Wagemans.

Van der Linden zegt dat hij voor 99 procent zeker is van zijn zaak. Maar hard bewijs is er niet. Er is geen DNA-onderzoek gedaan. En er is ook geen document waaruit blijkt dat Bernhard de betreffende vrouw, Mildred Zijlstra, als zijn dochter heeft erkend.

Tijdens een optreden in het discussieprogramma Knevel en Van den Brink (EO, 23 augustus 2011) zet de royaltyverslaggever alle retorische zeilen bij om zijn hypothese door het publiek geaccepteerd te krijgen. Dat begint al meteen als interviewer Tijs van den Brink het waagt aan hem te vragen: “Wat zijn je bewijzen?”

Rare vraag

Van der Linden antwoordt dat “het makkelijk is om meteen met hoon te komen, en meteen te roepen van nou, wat zijn je bewijzen.” Alsof het verboden is om daar naar te informeren. Hij kan toch gewoon aangeven op grond van welke aanwijzingen zijn hypothese te rechtvaardigen valt? Wie stelt moet bewijzen!

In plaats van als een uitnodiging om iets te vertellen lijkt Van der Linden de meeste vragen echter op te vatten als een aanval op zijn geloofwaardigheid als royaltyverslaggever. Dergelijk gedrag is voer voor psychologen. Maar het is ook vanuit retorisch gezichtspunt interessant.

Geloofwaardigheid

In de klassieke retorica wordt een onderscheid gemaakt tussen drie typen overtuigingsmiddelen: logische, ethische en pathetische. De ethische overtuigingsmiddelen hebben betrekking op de geloofwaardigheid van de spreker.

De gedachte achter het gebruik van dit type overtuigingsmiddelen is heel eenvoudig. Een spreker die het vertrouwen van het publiek heeft, zal er gemakkelijker in slagen het publiek van zijn standpunt te overtuigen. Derhalve kan een spreker de kans op het welslagen van zijn overtuigingspoging vergroten door iets te zeggen waar het publiek uit kan afleiden dat hij geloofwaardig is.

Echt veel werk

Van der Linden doet dat bijvoorbeeld door te stellen: “Ik heb een goede naam opgebouwd als het gaat om koninklijke onthullingen.” Hij hoopt dat de kijker uit deze opmerking de conclusie zal trekken dat zijn nieuwste onthulling ook juist is. Want hij zou zijn zorgvuldig opgebouwde reputatie toch zeker niet te grabbel gooien door met een of ander flauwekulverhaal te komen?

Daarnaast laat Van der Linden geen mogelijkheid onbenut om te benadrukken dat hij alles zorgvuldig heeft nagetrokken. Zo zegt hij: “Het staat in een boek waar echt veel onderzoek voor is gedaan.” Naar eigen zeggen is hij niet over één nacht ijs gegaan, en kan men ervan verzekerd zijn dat alle informatie in het boek gedekt is.

Verder is het feit alleen dat iemand het lef heeft hem een vraag te stellen voor Van der Linden al voldoende aanleiding om de tegenaanval in te zetten. Volgens hem heeft de interviewer die dag zijn “kritische pruik” op en is het “te makkelijk om het nu, plat gezegd, af te pissen op deze manier”.

Criticaster

Telkens als Van den Brink een vraag stelt zie je Van der Linden denken: “Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.” Maar welbeschouwd hebben de vragen van zijn collega helemaal geen betrekking op de hypothese die hij naar voren heeft gebracht.

Zo vraagt Van den Brink waarom de foto waarop de moeder van Zijlstra samen met de prins te zien is, niet in het boek is afgedrukt. Ook informeert hij waarom er geen afbeelding is opgenomen van de advertentie waarin de adoptiefouders van Zijlstra kenbaar maken een kind te willen adopteren.

Stel nu eens dat deze twee zaken wel in het boek waren afgedrukt, wat bewijst dat dan? Als de foto erin zou staan, dan helpt dat de lezer te doen geloven dat die foto inderdaad bestaat. En als er een afbeelding van de advertentie zou zijn opgenomen, dan bespaart dat de moeite om het bestaan ervan te verifiëren in het krantenarchief.

Maar waar het werkelijk om gaat, is wat de foto en de advertentie zeggen over de aannemelijkheid van de hypothese dat Zijlstra een dochter van Bernhard is. En daar vroeg Van den Brink helemaal niet naar. Een kritische pruik? Met zulke interviewers heb je geen royaltyverslaggevers meer nodig.