In de speciale zomereditie van de column “De wondere wereld van het argumenteren” wordt wekelijks een interessante argumentatieve techniek uit de doeken gedaan. Met voorbeelden uit de vakantiesfeer, en een geheimtip. Zo wint u elke verhitte zomerdiscussie! Door Jean Wagemans.

In deze eerste zomercolumn aandacht voor een bijzonder soort argumentatie, te weten pragmatische argumentatie. Dit type argumentatie wordt gebruikt om een standpunt te verdedigen waarin wordt aangegeven wat er moet gebeuren. Komt dat tijdens de vakantie dan ook voor?

Jazeker, want sommige mensen vinden dat er tijdens de vakantie óók een hele hoop dingen moeten gebeuren. Zo hoor je aan het strand wel eens iemand zeggen: “Schat, je moet je insmeren met zonnebrand.” Dit is typisch een standpunt dat met behulp van pragmatische argumentatie kan worden verdedigd. Hoe gaat dat precies in zijn werk?

Pragmatisch

Om pragmatische argumentatie te kunnen gebruiken, is het in de eerste plaats nodig dat er in het standpunt een handeling wordt beschreven. Het woord ‘pragmatisch’ is afgeleid van het Griekse woord ‘pragma’, dat ‘handeling’ of ‘daad’ betekent. Welke handeling in het standpunt beschreven wordt, maakt niet uit. Insmeren met zonnebrand bijvoorbeeld.

In de tweede plaats is het nodig dat er in het standpunt een oordeel wordt gegeven over het uitvoeren van de handeling. Dat oordeel kan positief of negatief zijn. Je kunt iemand aanraden om iets te doen. En je kunt iemand ook afraden om iets te doen.

De vrije wil

Wat voor type argumenten horen bij dit type standpunten? Om die vraag te beantwoorden, stellen we eerst een andere vraag. Waarom doen mensen eigenlijk dingen? Volgens de meest recente wetenschappelijke inzichten wordt het menselijk handelen volledig bepaald door onbewuste processen in het brein. En is de vrije wil een illusie.

Maar dat de ‘oorzaak’ voor het menselijk handelen in de werking van het brein ligt, betekent nog niet dat mensen geen ‘reden’ hebben om iets te doen. Mensen gaan er bijvoorbeeld van uit dat wanneer ze iets doen, dit bepaalde gevolgen zal hebben. En zo zijn we weer terug bij het argumenteren.

Wijzen op de gevolgen

Want als je bijvoorbeeld iemand ervan wilt overtuigen dat hij iets moet doen, dan kun je dat beargumenteren door te wijzen op de positieve gevolgen die het uitvoeren van de handeling met zich meebrengt. Dat klinkt zo: “Schat, je moet je nog insmeren met zonnebrand, want dan verbrand je niet zo snel”.

Op dezelfde manier kun je iemand ervan proberen te overtuigen dat hij iets moet laten door te wijzen op de negatieve gevolgen van de betreffende handeling. Aan hetzelfde strand, maar dan vijf minuten later, klinkt dat zo: “Je moet nu niet gaan zwemmen hoor, want dan spoelt die dure zonnebrand er weer vanaf die ik speciaal voor deze vakantie heb gekocht.”

Geheimtip

In sommige situaties kan het minder effectief zijn om iemand iets af te raden door te wijzen op de negatieve gevolgen. Bijvoorbeeld omdat het overdreven bezorgd overkomt: “Je moet nu niet gaan zwemmen hoor, want dan verdrink je.”

Probeer in dat geval het argument met het negatieve gevolg te vervangen door een argument waarin wordt uitgelegd waarom dat negatieve gevolg zal intreden. De redenering slaat dan als het ware een stapje over: “Je moet nu niet gaan zwemmen hoor, want er staat een verraderlijke stroming”.

Overtuigingskracht heeft dus niet uitsluitend te maken met ‘hoe’ je iets zegt. Het gaat er wel degelijk ook om ‘wat’ je precies zegt! Zeker als je tot de mensen behoort die vinden dat er tijdens de vakantie een hele hoop dingen moeten gebeuren...