Een makkelijke prooi voor De Jager

Volgens Wilders en Van Dijck (PVV) kan Nederland beter geen goedkeuring verlenen aan het financiële noodpakket voor Griekenland. Waarom eigenlijk niet? Door Jean Wagemans.

Ten eerste omdat het onwaarschijnlijk is dat de lening wordt terugbetaald. De Grieken kunnen hun munt niet devalueren om de economie te laten groeien. Bovendien zijn ze onbetrouwbaar: “De Grieken hebben de zaak keer op keer belazerd. Ze houden zich niet aan de afspraken” (NRC, 16 juni 2011).

Ten tweede omdat het noodpakket de problemen waarschijnlijk niet gaat oplossen: “Steeds meer economen voorspellen dat Griekenland hoe dan ook failliet gaat.” Volgens Wilders en Van Dijck is de Nederlandse regering van plan om “belastinggeld te verkwanselen in de Griekse beerput”.

Daar hadden ze het natuurlijk prima bij kunnen laten. Maar in de tweede helft van hun betoog ondernemen Wilders en Van Dijck nog een poging om een tegenargument van minister De Jager (CDA) te weerleggen. Is dat verstandig?

Een tegenargument weerleggen

Wanneer degene die je probeert te overtuigen nog niet bekend is met een bepaald tegenargument, dan is het misschien maar beter om er geen aandacht aan te besteden. Tenzij je retorische zelfmoord wilt plegen natuurlijk.

Anderzijds maak je misschien een goede indruk door in je betoog een tegenargument te noemen en dat vervolgens te weerleggen. Je laat daarmee zien dat je gevoelig bent voor de argumenten van de tegenstander en dat je alles zorgvuldig hebt afgewogen.

Wat is beter? Empirisch onderzoek heeft uitgewezen dat het minder effectief is wanneer je uitsluitend argumenten vóór een bepaald standpunt noemt dan wanneer je daarnaast ook nog een tegenargument noemt en dat vervolgens weerlegt.

Goed bezig

Wilders en Van Dijck lijken dus de juiste retorische strategie te volgen. Ze schrijven dat minister De Jager zegt dat “de gevolgen van het niet-steunen van Griekenland erger zullen zijn dan het verlies dat we mogelijk lijden door Griekenland te helpen.”

Vervolgens doen ze een poging dit tegenargument te weerleggen. Ze stellen dat de Nederlandse financiële sector “nauwelijks wordt geraakt door een Grieks failliet” en dat “de euro een faillissement van Griekenland gemakkelijk kan overleven”.

Toch niet goed bezig

Je hoeft geen economie te hebben gestudeerd om in te zien dat deze weerlegging de plank volledig mis slaat. Het gaat De Jager immers niet uitsluitend om de gevolgen van een eventueel faillissement van Griekenland voor de Nederlandse banken of om de invloed ervan op de euro.

Hij stelt namelijk dat het alles bij elkaar voor Nederland beter is om de Grieken nu te hulp te komen dan om dat niet te doen. De financiële gevolgen van een eventueel failliet van Griekenland zijn in deze afweging al meegenomen.

Wilders en Van Dijck noemen dus wel een argument tegen hun eigen standpunt, maar verzuimen dat argument vervolgens te weerleggen. En dat is, op zijn zachtst gezegd, een enorme retorische blunder.

Schieten op de jager

Want zij hebben er nu zelf voor gezorgd dat iedereen weet wat het argument van De Jager inhoudt. Bovendien hebben zij er zelf voor gezorgd dat iedereen nu de indruk heeft dat het een heel sterk argument is. Anders zou het Wilders en Van Dijck toch wel gelukt zijn om het te weerleggen?

Aan het eind van hun betoog merken zij op dat het kabinet een groot probleem heeft als de Grieken het geld niet terugbetalen. Door hun retorische gestuntel hebben zij het zichzelf ook niet bepaald gemakkelijk gemaakt. Als je op de jager schiet, moet je wel zorgen dat het in één keer raak is.
 

Tip de redactie