Volgens de atheïst Anton van Hooff is het agnosticisme niets meer dan een laf ongeloof: “Zo kun je ook niet helemaal uitsluiten dat de Eiffeltoren in Londen staat." Door Jean Wagemans.

Als je in god gelooft, ben je een theïst. Als je niet in god gelooft, ben je een atheïst. Als je niet weet welke van deze twee mogelijkheden de juiste is, dan ben je een agnost. Deze agnosten kregen een dag of tien geleden onder uit de zak.

Volgens Van Hooff, voorzitter van de atheïstisch-humanistische vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte, getuigt het agnosticisme van een gebrek aan geestelijke moed: “Net als godsgeloof is het een laffe vorm van onwetendheid” (NRC, 4 juni 2011).

Mensen op de zon

Agnosten sluiten de mogelijkheid van het bestaan van een god niet uit. Dit tot grote ergernis van Van Hooff: “Zo kun je ook niet helemaal uitsluiten dat de Eiffeltoren in Londen staat. Via een beroep op de quantumtheorie is ongetwijfeld een theorie te bedenken dat de visuele waarneming van het Parijse icoon op een zinsbegoocheling berust.”

Alsof hij bang is dat de lezers dit voorbeeld niet zullen begrijpen, voegt hij er nog een tweede voorbeeld aan toe: “Je zou het ook niet volstrekt ondenkbaar kunnen achten dat mensen op de zon wonen.” Dit lijken misschien twee goed gekozen vergelijkingen.

Maar je hoeft geen wereldkampioen debatteren te zijn om in te zien dat hier sprake is van een verkeerde analogie. Iedereen zal het met Van Hooff eens zijn dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de Eiffeltoren in Londen staat. Ook zal iedereen het met hem eens zijn dat het zeer onwaarschijnlijk is dat er mensen op de zon wonen.

Maar wat betreft de bewering dat god bestaat, zijn de mensen het juist helemaal niet met elkaar eens. Dat vindt niet iedereen zeer onwaarschijnlijk. Daarom zijn er wel theïsten en atheïsten, maar geen paristen en londenisten. En ook geen aardisten en zonnisten.

Een kleine stap voor Van Hooff…

Met zijn betoog lijkt Van Hooff agnosten ertoe te willen bewegen om atheïst te worden. Als iets zeer onwaarschijnlijk is, dan moet je gewoon durven denken dat het er helemaal niet is. “En God”, zo stelt hij, “is de onwaarschijnlijkste hypothese.”

Sterker nog, Van Hooff vindt het van lafheid getuigen wanneer iemand dat ene kleine denkstapje niet durft te zetten: “Het agnosticisme, op het eerste gezicht het toppunt van redelijkheid, is een gebrek aan geestelijke moed.”

… een grote stap voor de mensheid

Geestelijke moed? Om van iets dat ‘zeer onwaarschijnlijk’ is te denken dat het ‘helemaal niet’ bestaat? Het zou vele malen moediger zijn om de andere kant op te redeneren. En van iets dat ‘zeer onwaarschijnlijk’ is te durven denken dat het wèl bestaat.

Het staat de voorzitter van een atheïstische vrijdenkersvereniging natuurlijk vrij om een poging te doen de agnosten van deze wereld te bekeren tot het atheïsme. Maar dat hem dat op deze manier gaat lukken, acht ik een zeer onwaarschijnlijke hypothese. Zijn betoog, op het eerste gezicht het toppunt van redelijkheid, is niet meer dan een laffe aaneenschakeling van denkfouten.