De laatste maanden buitelen de revoluties over elkaar heen. Sommige daarvan krijgen tot de verbeelding sprekende namen, zoals Jasmijnrevolutie. Dat was één of twee eeuwen geleden wel anders. Een revolutie in de naamgeving? Door Rutger Kiezebrink van Onze Taal

Tweehonderd jaar geleden leek het zo makkelijk. Je had een revolutie, je keek naar de maand waarin die plaatsvond, en de opstand had een naam. De revolutie in Frankrijk in juli 1830 – ook wel de tweede Franse Revolutie genoemd – heette de Julirevolutie. In 1848 waren er zelfs twee revoluties achter elkaar: de Februarirevolutie en de Maartrevolutie. Makkelijk.

Toen kwam de bekende revolutie in Rusland, in 1917. Die vond plaats op 9 november, zeggen wij in het Westen. Welnee, het was 25 oktober, zeiden de Russen, die toen nog een eigen kalender hanteerden. Het gevolg is dat die omwenteling onder twee namen de geschiedenis in is gegaan: de Oktoberrevolutie en de Novemberrevolutie.

Verwarrend

Maar namen van maanden raken een keer op. En bovendien: zo'n maandnaam zegt niets over de inhoud van de revolutie, of over de plaats waar die om zich heen greep (wat soms toch wel praktisch is). Dan kun je kiezen voor Franse Revolutie, Russische Revolutie, Portugese Revolutie – maar ook dat kan verwarrend zijn (alleen al in Frankrijk zijn in amper een halve eeuw al vier revoluties geweest), en misschien is het zelfs wel een beetje saai.

In Portugal pakten ze het in april 1974 anders aan. Bij de linkse opstand in dat land werden – volgens de verhalen – rode anjers uitgedeeld aan opstandige soldaten, die ze vervolgens in de loop van hun geweer staken. Sindsdien staat de Portugese Revolutie bekend als de Anjerrevolutie.

Bloemen en bomen

Opvallend genoeg worden er de laatste jaren steeds vaker namen van bloemen of bomen gekozen om een revolutie te benoemen. Dat past goed bij het doorgaans tamelijk geweldloze karakter van de opstand.

Zo had Georgië in 2003 zijn Rozenrevolutie, genoemd naar de rozen van opstandelingen. En Kirgizië kreeg niet veel later te maken met de Tulpenrevolutie – een naam die door de president zelf bedacht zou zijn.

De anti-Syrische opstand in Libanon (2005) werd in westerse media aangeduid met de boom die symbool staat voor dit land: Cederrevolutie. Een jaar eerder had Oekraïne de Kastanjerevolutie meegemaakt, genoemd naar de kastanjebomen die de straten van Kiev sieren.

Recente revoluties

En dan de recente opstand in Tunesië; die wordt Jasmijnrevolutie genoemd. De Tunesiërs zien de jasmijn namelijk als een symbool van hun land. Naar analogie daarvan zijn de gebeurtenissen in Egypte soms wel aangeduid als Lotusrevolutie, maar die term is (nog) niet algemeen geworden.

Ook in China werd kortgeleden opgeroepen tot een revolutie, de 'tweede jasmijnrevolutie', al lijkt die vooralsnog niet echt door te zetten. Maar de gedachte aan jasmijn is niet gek als het over China gaat – denk maar aan jasmijnthee.

Ludiek

Soms wordt er ludiek op al die namen ingespeeld. Zo is er een Europees land waar een paar weken geleden werd opgeroepen tot acties – onder de naam Frietrevolutie. Niet heel erg beeldend, maar zo'n naam maakt wel meteen duidelijk om welk land het gaat.

De serieuze revoluties lijken nog niet zomaar voorbij te zijn. Na Tunesië en Egypte volgden immers Libië, Jemen en Bahrein, en nog meer landen in de Arabische wereld. Het gaat bijna te snel om ze allemaal een aparte naam te geven.

Maar daar hebben de media dan ook weer een mooi woord voor bedacht: 'domino-revolutie'.


Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl