Woensdag zijn er verkiezingen. Toch trekken we niet massaal naar de stembus, want het gaat 'maar' om provinciale verkiezingen. Heeft dan niemand iets op met zijn provincie? Door Wouter van Wingerden van Onze Taal.

Amsterdammers staan erom bekend dat ze de woorden provincie en provinciaal erg denigrerend gebruiken. Als je van buiten de gemeentegrenzen komt, kom je 'uit de provincie' en alles wat niet in de hoofdstedelijke alles-moet-kunnen-mentaliteit past, is 'provinciaal'.

Zulke associaties zijn alvast geen goede start voor de Provinciale Statenverkiezingen. Het is dan ook geen wonder dat de volksvertegenwoordigers in de provincie zich liever 'Statenlid' noemen, dat klinkt tenminste nog ergens naar.

Toch woont iedereen in een provincie en kan iedereen voor het bestuur van die provincie stemmen. Zelfs de Amsterdammers, die eigenlijk Noord-Hollanders zijn. Zo voelen ze zich misschien niet, maar zo klínken ze wel, want zo veel verschilt het Amsterdams niet van de typisch Noord-Hollandse tongval in pakweg Andijk.

Gelders Volksleger

Het schijnbare gebrek aan provinciale identiteit speelt vooral in en om de Randstad. Zijn er trotse Zuid-Hollanders? En wie klinkt er nu typisch Flevolands? Maar ook de inwoners van Gelderland spreken niet allemaal dezelfde taal.

Jiskefet heeft de hang naar een provinciale identiteit ooit mooi op de hak genomen door een sterk Gelders volksgevoel te veronderstellen. "Gelderland groot en vrij", klonk het met een licht zuidelijk accent van onder een bivakmuts.

Maar of iemand uit Elburg, Zaltbommel of Eibergen zich op die manier door het Gelders Volksleger aangesproken voelt, is de vraag. De SP wil Gelderland niet voor niets splitsen.

Identiteit

Hoe zit dat in de andere provincies? Je zou kunnen zeggen dat taal, identiteit en woonplaats sterker met elkaar verweven zijn in de provincies die verder van de Randstad af liggen. 'Men' heeft niet alleen een beeld van 'de Zeeuw', 'de Drent', 'de Fries' of 'de Limburger', de Zeeuwen, Drenten, Friezen en Limburgers hebben dat ook wel van zichzelf. En hun eigen taal versterkt de band met hun provincie.

Toch blijkt dat niet uit de politieke verhoudingen. Provinciale partijen scoren over het algemeen magertjes; zo hebben Leefbaar Zuid-Holland, de Partij voor het Noorden en de Partij Nieuw Limburg elk maar één zetel in hun provincie. De enige uitzondering is de Fryske Nasjonale Partij met 5 zetels. Die voert dan ook sterk campagne in de plaatselijke taal: het Fries.

Rusthuis

Misschien komt de lauwe interesse voor provinciale politiek wel doordat mensen zouden kunnen denken dat dit 'tussenniveau' bedoeld lijkt als rusthuis voor Haagse politici. Weinig kiezers hebben er echt een binding mee, anders dan met de landelijke of de lokale politiek.

Toch konden deze vlees-noch-visverkiezingen er juist deze keer weleens toe gaan doen. De nieuw gekozen Provinciale Staten bepalen straks namelijk de samenstelling van de Eerste Kamer.

Gezien de nek-aan-nekrace tussen coalitie en oppositie konden de 'provinciaalse kruiden'  na morgen weleens de smaakmakers in de politiek zijn.

Reageren op deze column? Ga naar www.onzetaal.nl.