“Van lachen krijg je honger”, zo kopte een Vlaams nieuwsblad vorige week. Slecht nieuws. Niet alleen voor alle vrolijke dikkerds, maar ook voor sommige muggenzifters. Want: ‘de KINDERTJES IN AFRIKA, die hebben honger!!! Van lachen krijg je TREK!!!’ Door Saskia Aukema van Onze Taal.

Er zijn twee soorten mensen: mensen die vooral luisteren naar wát er gezegd wordt en mensen die alleen horen hóé iets gezegd wordt.

De laatste groep herken je met gemak. Ze beschikken over een uitgebreid repertoire aan dooddoeners en clichés.

Nauw is niet wijd

Zeg je bijvoorbeeld tegen iemand dat-ie ‘stil moet wezen’? Dan kun je zomaar als reactie krijgen: ‘Wezen zijn kinderen zonder ouders.’

Of zeg je: ‘Wat doe je nou?’, dan hoor je vaak: ‘Nauw is niet wijd.’ En zo zijn er eindeloos veel van dat soort dialogen, waarin er aan één woord steeds een héél andere draai wordt gegeven:

- We wouden straks even langskomen.
- Wouden zijn bossen.

- Watte?
- Watten koop je in de winkel.

Rijmen kan ook:

- Hè?
- Bokkie bè!

- Wat zeggie?
- Azzie val dan leggie.

Bijdehand

Of ze nu rijmen of niet, eigenlijk staat er steeds hetzelfde: ‘Let op je woorden!’ Zeggie is plat, wouden is spreektalig, nou is minder netjes dan nu … en niet iedereen is van zulk taalgebruik gecharmeerd. Overigens hoeft het niet altijd om een verbale tik op de vingers te gaan. Soms ruikt iemand gewoonweg een kans om eens lekker bijdehand uit de hoek te komen:

- Ik ben moe.
- Moet je zorgen dat je pa wordt.

- Ik dacht dat ik rijst in huis had.
- Denken moet je aan een paard overlaten; dat heeft een veel groter hoofd dan jij.

- Kan ik je nog iets te drinken aanbieden?
- Ik weet niet of je dat kunt.

Hete brij

Een van de bekendste in het genre is ‘As is verbrande turf’. Dat kun je te horen krijgen als je uitspraak van het woordje als neigt naar as.

Maar ook wanneer je dat woordje als tot vervelens toe gebruikt, zodat de indruk ontstaat dat je om de hete brij heen draait of voortdurend beren op de weg ziet (‘Ja maar, als …’).

Anticonceptie

Opvallend genoeg lijkt ‘As is verbrande turf’ zich van een dooddoener zelfs een beetje te ontwikkelen tot een echt spreekwoord, dat gebruikt kan worden zonder dat iemand eerst als heeft gezegd of geschreven.

Zo adviseert ene Antionio op een forum over ongewenste zwangerschappen: “Dames: (…) Ik weet ook wel dat gedane zaken geen keer nemen, en as is verbrande turf, maar ik kan niet genoeg benadrukken om je anticonceptie goed te regelen.”

In de grote Van Dale staat het op die manier nog niet, maar kennelijk betekent ‘As is verbrande turf’ voor sommige mensen iets als ‘achteraf gezien is het makkelijk praten’, ‘als (!) we alles van tevoren zouden weten, hadden we nu niet met de gebakken peren gezeten’ en ‘wat ooit was, is niet meer’.

Je dochters bennen hoeren

Ook gaat dat as-zinnetje op internet vaak hand in hand met toevoegingen als ‘zei mijn oma altijd’ of ‘zoals mijn grootvader altijd zei’. Zouden dit soort dialoogjes dan echt iets zijn van vroeger? In ieder geval zijn ze lang geleden, in de jaren twintig van de vorige eeuw, uitgebreid beschreven door de bekende taalkundige F.A. Stoett.

Hij noemde daarbij dialogen als: ‘Ik meende ’t zoo’, ‘Meenen ligt bij Kortrijk’ En: ‘Ik docht dat het zoo was’, ‘Je dochters bennen hoeren.’

Voor het leeuwendeel van de oude zinnetjes is as inmiddels ook verbrande turf, want niet veel ervan hebben de tand des tijds doorstaan. Welke dooddoeners en clichés zijn ervoor in de plaats gekomen? Wij zouden het graag horen. Dus gebruikt u ze nog? Hoort u ze weleens? Laat het ons weten.

(En ja, inderdaad: laat is niet vroeg.)

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.